Van Winter
Van Winter is een Nederlandse familie die eerst in Dordrecht en later in Amsterdam woonde en waarvan een lid in 1830 tot de Nederlandse adel werd verheven.
Deze achternaam komt in Nederland minder dan vijf keer voor. Zulke kleine aantallen worden niet gepubliceerd, om herleidbaarheid naar personen te voorkomen.
Herkomst en geschiedenis van de achternaam Van Winter
Geschiedenis van het geslacht
De bewezen stamreeks begint met Antoni van Winter, die in 1619 aan de Nieuwbrug in Dordrecht woonde en in 1639 overleed. Zijn kinderen werden in hun huwelijksinschrijvingen als van Bremen aangeduid, wat erop kan wijzen dat hun vader uit Bremen afkomstig was. Antoni's kleinzoon Christoffel Lambert (1664-1719) vestigde zich in Amsterdam als hoedenverkoper aan de Nieuwendijk.
Diens kleinzoon Nicolaas Simon van Winter (1718-1795) was makelaar en handelde in indigo en verfwaren. Hij was ook letterkundige, en zijn beide echtgenotes waren dichteres. Zijn zoon Pieter van Winter (1745-1807), uit het eerste huwelijk, was eveneens letterkundige. Daarnaast was hij koopman en kunstverzamelaar.
Een deel van de kunstcollectie van Pieter van Winter ging over op zijn dochters. Lucretia Johanna van Winter (1785-1845) was kunstverzamelaarster en erfde een deel van de collectie. Zij trouwde in 1822 met jonkheer mr. Hendrik Six (1790-1847), waardoor dat deel in de familie Six terechtkwam. Jan Pieter Six (1824-1899) en Pieter Hendrik Six (1827-1905) waren mede-erfgenamen van de kunstcollectie Six-van Winter. Anna Louisa Agatha van Winter (1793-1877) erfde eveneens een deel van de collectie, waaronder de portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Na haar overlijden in 1877 werd die collectie verkocht aan Gustave de Rothschild.
Een zoon van Pieter, Josua Jacob van Winter (1788-1840), was lid van de raad en wethouder van Amsterdam. Latere leden van het geslacht waren onder meer Pieter Jacob van Winter (1864-1944), notaris, en de hoogleraren Pieter Jan van Winter (1895-1990), Johanna Maria van Winter (1927) en Clasine van Winter (1929-2000).
Adellijke titel en stand
In 1830 werd Josua Jacob van Winter (1788-1840) verheven in de Nederlandse adel. Hij en zijn nakomelingen kregen daarmee het predicaat jonkheer en jonkvrouw. Het geslacht voert geen hogere titel. Het geslacht stierf in 1990 in mannelijke lijn uit.
Bekende familieleden
Nicolaas Simon van Winter (1718-1795) was makelaar en letterkundige in Amsterdam. Zijn zoon Pieter van Winter (1745-1807) was koopman, letterkundige en kunstverzamelaar. Josua Jacob van Winter (1788-1840) was raad en wethouder van Amsterdam en werd in 1830 verheven in de adelstand. Pieter Jacob van Winter (1864-1944) was notaris. Prof. jhr. dr. Pieter Jan van Winter (1895-1990) was hoogleraar geschiedenis. Prof. jkvr. dr. Johanna Maria van Winter (1927) was hoogleraar geschiedenis in Utrecht. Prof. jkvr. dr. Clasine van Winter (1929-2000) was hoogleraar wis- en natuurkunde aan de universiteit van Kentucky.
De naam Van Winter vandaag
Er zijn minder dan vijf naamdragers van Van Winter, of het aantal is onbekend. Ook de rang en de provincie zijn onbekend. De naam is daarom heel zeldzaam.
Veelgestelde vragen over Van Winter
Is Van Winter een adellijke familie?
Ja, in 1830 werd een lid van het geslacht verheven tot de Nederlandse adel, en zijn nakomelingen kregen het predicaat jonkheer of jonkvrouw.
Welke adellijke titel voert de familie Van Winter?
De familie voert geen titel, alleen het predicaat jonkheer of jonkvrouw. Dat predicaat werd verkregen na de verheffing van Josua Jacob van Winter in 1830.
Waar komt de achternaam Van Winter vandaan?
De stamreeks begint met Antoni van Winter, die in 1619 in Dordrecht woonde. Zijn kinderen werden als van Bremen aangeduid, wat erop kan wijzen dat hun vader uit Bremen kwam.
Hoeveel mensen heten Van Winter?
Er zijn minder dan vijf naamdragers, of het aantal is onbekend. De naam is daarom heel zeldzaam.
Wie zijn bekende leden van de familie Van Winter?
Bekende leden zijn Nicolaas Simon van Winter (1718-1795), makelaar en letterkundige, en prof. jhr. dr. Pieter Jan van Winter (1895-1990), hoogleraar geschiedenis. Ook Pieter van Winter (1745-1807) was letterkundige en kunstverzamelaar.