Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Janssen is, net als Jansen, een patroniem voor 'zoon van Jan' — de dubbele s is een spellingsvariant die ontstond doordat er geen vaste schrijfwijze bestond.
Janssens wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Limburg. Daarmee staat Janssen op plek 7 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,4% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Nijmegen | Gelderland | 2.057 | 3,8% |
| 2 | Venlo | Limburg | 2.000 | 3,7% |
| 3 | Sittard-Geleen | Limburg | 1.209 | 2,2% |
| 4 | Lingewaard | Gelderland | 1.096 | 2,0% |
| 5 | Eindhoven | Noord-Brabant | 1.070 | 2,0% |
| 6 | Venray | Limburg | 1.056 | 2,0% |
| 7 | Maastricht | Limburg | 985 | 1,8% |
| 8 | Amsterdam | Noord-Holland | 964 | 1,8% |
| 9 | Helden | Limburg | 942 | 1,7% |
| 10 | Groesbeek | Gelderland | 877 | 1,6% |
| 11 | Horst aan de Maas | Limburg | 790 | 1,5% |
| 12 | Arnhem | Gelderland | 778 | 1,4% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Dezelfde naam, geschreven met andere accenttekens. Het CBS telt deze apart.
Achternamen vlak boven en onder Janssen in de landelijke rangorde.
Janssen is een patroniem: een achternaam die is afgeleid van de voornaam van de vader. De kern is 'Jan', de verkorte, volkse vorm van Johannes, gevolgd door het achtervoegsel '-sen', dat is samengetrokken uit 'zoon'. Janssen betekent dus, precies als de nauw verwante naam Jansen, letterlijk 'zoon van Jan'. Het enige verschil tussen beide is de spelling: waar Jansen met één s wordt geschreven, heeft Janssen er twee.
Dat dubbele-s-onderscheid is illustratief voor hoe familienamen in Nederland tot stand kwamen. Voordat er een vaste spellingsnorm bestond, werd een naam simpelweg opgeschreven zoals de klerk, pastoor of ambtenaar hem hoorde of gewend was te schrijven. Sommigen kozen voor een enkele s, anderen verdubbelden de medeklinker, zoals in het Nederlands wel vaker gebeurt om aan te geven dat de voorafgaande klinker kort wordt uitgesproken. Omdat de naam Jan-zoon in zoveel verschillende dorpen en steden onafhankelijk van elkaar ontstond, raakten deze spellingskeuzes elk stevig verankerd binnen hun eigen familielijnen, en zijn Jansen en Janssen naast elkaar blijven bestaan als afzonderlijke, wettelijk vastgelegde achternamen, ook al gaat het om exact dezelfde vader-zoonrelatie.
De populariteit van namen op basis van Jan hangt samen met de voornaam Johannes, eeuwenlang een van de meest gegeven doopnamen in het christelijke Nederland, vernoemd naar zowel Johannes de Doper als Johannes de Evangelist. Met zoveel vaders die Jan heetten, is het niet verwonderlijk dat afgeleide patroniemen als Jansen en Janssen tot de allergrootste naamgroepen van het land behoren. Naast deze twee hoofdvormen bestaan er nog tal van andere varianten, zoals Jansens, Janse, Jansz en Janzen, die stuk voor stuk teruggaan op dezelfde vader-zoonrelatie maar door net iets andere spellingskeuzes zijn ontstaan.
Het achtervoegsel '-sen' hoort tot de meest gebruikte manieren waarop in het Nederlandse taalgebied patroniemen zijn gevormd, naast de kortere vorm '-s'. Janssen is daarmee een schoolvoorbeeld van hoe zo'n patroniem werkt: de naam zegt niets over beroep of woonplaats, maar uitsluitend over de voornaam van de vader van de oorspronkelijke naamdrager. Dat onderscheid is nuttig om te onthouden: waar een naam als Bakker of Visser iets vertelt over wat iemand deed, vertellen Jansen en Janssen alleen iets over de generatie ervoor.
Zoals bij vrijwel alle patroniemen was ook 'Jan-zoon' al eeuwenlang een gangbare aanspreekvorm voordat de naam wettelijk werd vastgelegd. Tijdens de Napoleontische naamgeving van 1811-1812 werden alle inwoners van Nederland verplicht om zich bij de burgerlijke stand te laten inschrijven met een vaste, erfelijke achternaam. Voor de families die al Janssen of Jansen werden genoemd, betekende dat vooral een formele bevestiging van een naam die in de praktijk al lang werd gebruikt.
Met ruim 54.000 naamdragers behoort Janssen tot de grootste achternamen van Nederland, en samen met Jansen laat de naam zien hoe dominant de voornaam Jan eeuwenlang is geweest in de Nederlandse naamgeving.
Janssen betekent 'zoon van Jan', net als de nauw verwante naam Jansen.
Janssen is een patroniem, een achternaam afgeleid van de voornaam van de vader.
Ruim 54.000 mensen in Nederland dragen de achternaam Janssen.
Het gaat om dezelfde naam met dezelfde betekenis; het enige verschil is de spelling met één of twee keer de letter s.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al bestond de aanduiding 'Jan-zoon' als aanspreeknaam vaak al eeuwen eerder.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.