Sloet
Sloet is de naam van een oud-adellijk geslacht dat eeuwenlang in Vollenhove in Overijssel was gevestigd; sinds 1814 behoren leden tot de Nederlandse adel en de naam komt in veel toenamen voor.
Naamdragers wonen in 4 van de twaalf provincies, het vaakst in Overijssel. Meer achternamen hebben precies 17 naamdragers; samen staan ze rond plek 68.052 van de Nederlandse achternamen.
De spreiding van Sloet over Nederland
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
Wat zegt AI over de naam Sloet?
Gemeenten met de meeste Sloets
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Almelo | Overijssel | 9 | 52,9% |
| 2 | Hardenberg | Overijssel | 2* | 11,8% |
| 3 | Hengelo (O) | Overijssel | 2* | 11,8% |
| 4 | Sint-Michielsgestel | Noord-Brabant | 2* | 11,8% |
| 5 | Assen | Drenthe | 1* | 5,9% |
| 6 | Haarlem | Noord-Holland | 1* | 5,9% |
* Geschat aantal. Woont een naam in een gemeente minder dan vijf keer, dan is alleen een bandbreedte bekend; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Wat valt op aan de achternaam Sloet?
- In Overijssel komt Sloet 11 keer zo vaak voor als je op grond van het aantal inwoners zou verwachten.
- Meer dan de helft van de naamdragers (76,5%) woont in Overijssel.
- Ze zijn verspreid over 6 gemeenten; de meeste wonen in Almelo.
Net iets vaker of minder vaak voorkomend
Achternamen vlak boven en onder Sloet in de landelijke rangorde.
| #68.050 | Slijger | 17 |
| #68.051 | Slijtermeilink | 17 |
| #68.052 | Sloet | 17 |
| #68.053 | Sluiseman | 17 |
| #68.054 | Smallegang | 17 |
Herkomst en geschiedenis van de achternaam Sloet
Herkomst van de naam
Leden van het geslacht waren eeuwenlang in Vollenhove gevestigd. In de loop der eeuwen verwierven zij, mede door huwelijken met erfdochters, havezaten in Vollenhove. Takken ontleenden hun toenaam aan die havezaten. Voor de invoering van de Burgerlijke Stand voerden leden vaak dubbele namen die naar hun havezaten verwezen. Zo ontstonden toenamen als Sloet tot Everlo, Sloet tot de Beele, Sloet van Marxveld en Sloet tot Warmeloo.
Geschiedenis van het geslacht
De bewezen stamreeks begint met Johan Sloet de jonge. Hij wordt in 1350 vermeld als riddermatige ten landdage van Overijssel en overleed kort voor 31 juli 1409. Latere nazaten werden eveneens als riddermatigen vermeld. In de zesde generatie splitste het geslacht zich in drie takken.
Door hun riddermatigheid, hun havezaten, hun lidmaatschap van de ridderschappen en hun afvaardiging naar de Staten-Generaal hadden de Sloets invloed op lokaal, provinciaal en nationaal bestuur. Ook na de invoering van het koninkrijk hadden zij die invloed. Na 1815 werden leden lid van de Kamers der Staten-Generaal, en door burgemeesterschappen hadden zij ook invloed op het lokale bestuur.
Jan Sloet, heer van Tweenyenhuizen (1384-1460), verscheen in 1408 op de landdag. Arent Sloet (ca. 1419-1486) verscheen in 1460 op de landdag. Na 1811 kregen enkele leden bij Koninklijk Besluit een naamswijziging, waardoor hun nageslacht die naam ook kreeg. Franz Georg baron Sloet (1810-1890) kreeg in 1889 de naam Sloet tot Everlo. Mr. Arnoldus Leonardus Nicolaas baron Sloet tot Everlo (1855-1913) kreeg in 1889 de naam Van den Clooster Sloet tot Everlo, waarbij de adellijke titel aan het naamdeel Sloet voorafgaat.
Adellijke titel en stand
Leden van het geslacht werden in 1814 en 1816 opgenomen in de nieuwe ridderschappen, waardoor zij tot de nieuwe adel gingen behoren. Van 1819 tot 1881 vond erkenning plaats van de titel van baron of van de adel met die titel. Het geslacht voert de titel baron. De adellijke tak bestaat nog.
In de Overijsselse ridderschap zaten tussen 1814 en 1850 meerdere leden van het geslacht, en in de Gelderse ridderschap zat mr. Antonie Frederik baron Sloet (1809-1883) van 1836 tot 1850.
Bekende familieleden
Johan Sloet de Jonge (1550-1611) was drost van Vollenhove en gedeputeerde ter Staten-Generaal. Hij was mede-ondertekenaar van het Twaalfjarig Bestand in 1609. Arend Sloet tot Tweenijenhuizen (1591-1644) was in 1619 verschreven in de Ridderschap en in 1626 en 1642 gecomitteerde ter Admiraliteit van Amsterdam.
Boldewijn Sloet tot Slotenhagen en Lindenhorst (1660-1721) was gecommitteerde ter kamer Delft van de Oostindische Compagnie in 1700 en gedeputeerde ter Raad van State in 1711 en 1712. Floris Willem baron Sloet (1753-1838) was lid van de ridderschap van Overijssel van 1814 tot 1838.
Mr. Reint Wolter baron Sloet van Marxveld (1755-1842) was van 1814 tot 1842 lid van de Overijsselse ridderschap en van Gedeputeerde Staten. Anthony baron Sloet van Oldruitenborgh (1769-1853) was van 1814 tot 1850 lid van de Overijsselse ridderschap.
De naam Sloet vandaag
De naam Sloet komt in Nederland 17 keer voor en staat op de 68.052e plaats onder alle Nederlandse achternamen. Het vaakst komt de naam voor in Overijssel.
Veelgestelde vragen over Sloet
Is Sloet een adellijke familie?
Ja, leden van het geslacht zijn in 1814 benoemd in de nieuwe ridderschappen en daarmee in de Nederlandse adel opgenomen. De adellijke tak bestaat nog.
Welke adellijke titel voert de familie Sloet?
De familie voert de titel baron. Tussen 1819 en 1881 vond erkenning van die titel plaats voor leden van het geslacht.
Waar komt de achternaam Sloet vandaan?
Het geslacht was eeuwenlang in Vollenhove in Overijssel gevestigd. De stamreeks begint met Johan Sloet de jonge, die in 1350 als riddermatige op de landdag van Overijssel werd vermeld.
Hoeveel mensen heten Sloet?
In Nederland zijn er 17 naamdragers. De naam komt het vaakst voor in Overijssel en staat op de 68.052e plaats onder de Nederlandse achternamen.
Wie zijn bekende leden van de familie Sloet?
Bekende leden zijn drost Johan Sloet de Jonge (1550-1611) en baron Floris Willem Sloet (1753-1838), lid van de ridderschap van Overijssel.