Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Kok is een beroepsnaam voor iemand die kookte, bijvoorbeeld als beroepskok in een groot huishouden, klooster of herberg.
Koks wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Holland. Daarmee staat Kok op plek 26 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Amsterdam | Noord-Holland | 809 | 4,0% |
| 2 | Rotterdam | Zuid-Holland | 480 | 2,4% |
| 3 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 415 | 2,0% |
| 4 | Amersfoort | Utrecht | 411 | 2,0% |
| 5 | Utrecht | Utrecht | 362 | 1,8% |
| 6 | Zaanstad | Noord-Holland | 313 | 1,5% |
| 7 | Zwolle | Overijssel | 279 | 1,4% |
| 8 | Stede Broec | Noord-Holland | 258 | 1,3% |
| 9 | Haarlem | Noord-Holland | 251 | 1,2% |
| 10 | Apeldoorn | Gelderland | 250 | 1,2% |
| 11 | Almere | Flevoland | 243 | 1,2% |
| 12 | Soest | Utrecht | 228 | 1,1% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Dezelfde naam, geschreven met andere accenttekens. Het CBS telt deze apart.
Achternamen vlak boven en onder Kok in de landelijke rangorde.
| #24 | De Graaf | 21.123 |
| #25 | Van der Meer | 20.610 |
| #26 | Kok | 20.325 |
| #27 | Van der Linden | 20.221 |
| #28 | Jacobs | 20.148 |
De achternaam Kok is een beroepsnaam en verwijst rechtstreeks naar het beroep van kok: iemand die professioneel eten bereidde. In de middeleeuwen en vroegmoderne tijd was koken als beroep, in tegenstelling tot het dagelijks koken in een gewoon huishouden, vooral voorbehouden aan grotere instellingen zoals kloosters, kastelen, herbergen, gilden en de huishoudens van welgestelde families. Een kok in loondienst was daarmee een herkenbare en aparte figuur binnen de gemeenschap, in tegenstelling tot de vele vrouwen en mannen die dagelijks voor het eigen gezin kookten zonder daarvoor als 'kok' te worden aangeduid.
Kok behoort tot de grote groep beroepsnamen, achternamen die zijn ontstaan uit het vak dat de eerste naamdrager uitoefende. In een tijd zonder vaste familienamen was het gebruikelijk om iemand aan te duiden met zijn beroep om verwarring met naamgenoten te voorkomen; 'Willem de kok' onderscheidde deze Willem bijvoorbeeld van 'Willem de bakker' in hetzelfde dorp. Na verloop van generaties verstarde deze beroepsaanduiding tot een erfelijke achternaam, ook als latere nakomelingen zelf geen kok meer waren.
Het woord 'kok' zelf is al eeuwenoud en gaat terug op het Latijnse coquus, dat via het Nederlands en verwante talen zijn weg vond naar tal van Europese talen; ook het Engelse 'cook' en het Duitse 'Koch' delen deze herkomst. Doordat het woord al zo lang en zo breed in gebruik was, kon het zich makkelijk ontwikkelen tot een achternaam in meerdere, onafhankelijke families tegelijk. Net als bij veel andere beroepsnamen gold ook voor koks soms een vorm van organisatie in gilden, waarin regels golden over opleiding en de kwaliteit van het geleverde werk, al was dit minder wijdverbreid dan bijvoorbeeld bij bakkers of brouwers, omdat koken meestal in dienst van één specifieke opdrachtgever plaatsvond in plaats van als zelfstandige ambachtsonderneming.
Van Kok bestaan enkele varianten in spelling. Kock, met een -c toegevoegd, komt voor als oudere of alternatieve schrijfwijze, evenals de samengestelde vorm Kockx in Vlaanderen. Ook Koch, met de Duitse spelling, duikt soms op bij families met wortels over de grens. Deze kleine verschillen ontstonden doordat namen eeuwenlang mondeling werden doorgegeven en pas laat definitief op papier werden vastgelegd.
De officiële vastlegging van Kok als vaste, erfelijke achternaam gebeurde grotendeels tijdens de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, toen alle inwoners van Nederland voor het eerst wettelijk verplicht werden zich bij de burgerlijke stand te laten inschrijven met een blijvende achternaam. Voor families die al generaties bekendstonden als 'de kok', bevestigde dit een beroepsaanduiding die in de praktijk vaak al veel ouder was.
Met 20.325 naamdragers is Kok een van de talrijkere, kortere Nederlandse achternamen. De beknoptheid van de naam — één lettergreep, zonder tussenvoegsel — past bij hoe direct en functioneel dit soort vroege beroepsnamen vaak was: kort, herkenbaar en meteen duidelijk over wat iemand voor de kost deed.
Kok verwijst naar het beroep van kok, iemand die professioneel eten bereidde, bijvoorbeeld in een klooster, kasteel of herberg.
Kok is een beroepsnaam, ontstaan uit het vak dat de eerste naamdrager uitoefende.
De achternaam Kok wordt door 20.325 mensen in Nederland gedragen.
Bekende varianten zijn Kock, Kockx en het Duitse Koch.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al bestond het beroep en de bijbehorende naam al veel eerder.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.