Naar de inhoud

Sickinghe

De naam Sickinghe komt uit de provincie Groningen, waar het geslacht al in de dertiende eeuw in het stadsbestuur zat; het is ook een adellijk geslacht, sinds 1814 in de Nederlandse adel.

Deel

Naamdragers wonen in 4 van de twaalf provincies, het vaakst in Noord-Holland. Meer achternamen hebben precies 21 naamdragers; samen staan ze rond plek 61.632 van de Nederlandse achternamen.

Achternaam
Sickinghe
Meeste in
Totaal in Nederland
21

De spreiding van Sickinghe over Nederland

Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.

Groningen: 0 personen Fryslân: 0 personen Drenthe: 0 personen Overijssel: 0 personen Flevoland: 0 personen Gelderland: 2 personen Utrecht: 4 personen Noord-Holland: 12 personen Zuid-Holland: 3 personen Zeeland: 0 personen Noord-Brabant: 0 personen Limburg: 0 personen

Wat zegt AI over de naam Sickinghe?

Gemeenten met de meeste Sickinghes

# Gemeente Provincie Naamdragers Aandeel
1 Bloemendaal Noord-Holland 5 23,8%
2 Hilversum Noord-Holland 2* 9,5%
3 Naarden Noord-Holland 2* 9,5%
4 Oost Gelre Gelderland 2* 9,5%
5 Rotterdam Zuid-Holland 2* 9,5%
6 Utrecht Utrecht 2* 9,5%
7 Wijdemeren Noord-Holland 2* 9,5%
8 's-Gravenhage Zuid-Holland 1* 4,8%
9 Abcoude Utrecht 1* 4,8%
10 Amsterdam Noord-Holland 1* 4,8%
11 De Bilt Utrecht 1* 4,8%

* Geschat aantal. Woont een naam in een gemeente minder dan vijf keer, dan is alleen een bandbreedte bekend; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.

Wat valt op aan de achternaam Sickinghe?

Net iets vaker of minder vaak voorkomend

Achternamen vlak boven en onder Sickinghe in de landelijke rangorde.

#61.630 Shinwari 21
#61.631 Sickenga 21
#61.632 Sickinghe 21
#61.633 Sickler 21
#61.634 Sidali 21

Herkomst en geschiedenis van de achternaam Sickinghe

Herkomst van de naam

Het geslacht Sickinghe is van oorsprong afkomstig uit de provincie Groningen. Het behoorde eerst tot het stadspatriciaat van de stad Groningen. Historisch werd de naam ook gespeld als Sickinge, Sickinga, Sikkinga(e) en van Sickingha.

Geschiedenis van het geslacht

De vroegst bekende vermelding van het geslacht dateert uit 1015, toen een Koert Sickinghe werd genoemd als gevreesde hoofdman van het Groningse dorp Winsum. Na meer dan een eeuw van wisselende conflicten tussen de machtige families Gelkinge en van Groenenberg werd in 1255 vrede bereikt. De stadsregering werd toen hervormd door een raad van zeventien mannen: vier burgemeesters met financiële taken, en twaalf aldermannen. De aldermannen werden gekozen uit de tien oudste en rijkste families, waaronder Sickinghe.

Een Sickinghe die in 1255 alderman werd, was mogelijk Lubertus Sickinghe, die in 1264 als burgemeester voorkomt. Een andere mogelijkheid is de ridder Otto Sickinghe, die in 1257 in een verkoopakte als een van de vier rekenmeesters wordt genoemd. Hij geldt als de oudst genealogisch traceerbare voorouder. Een charter uit 1267 noemt drie broeders Sickinghe bij een ruitergevecht. Lutbertus (1264), Ludolf (1284, 1291 en 1292) en Gerard (1304-1357) bekleedden het burgemeesterschap van Groningen. Lubbert Sickinghe, waarschijnlijk een klein- of achterkleinzoon van Otto, was burgemeester van 1354 tot 1383 en geldt als stamvader van de nog bestaande Groningse tak.

In 1619 hield de jonge humanist Johan Sickinghe (1602-1624) een toespraak aan de Latijnse School van Groningen. Hij zei dat zijn familie ongeveer vierhonderd jaar onafgebroken hoge ambten had bekleed, waarmee hij de oorsprong terugbracht tot circa 1219. Vanuit de Groningse tak ontwikkelde zich vermoedelijk de Friese tak, die begint met Feicke Sickinga (1325-1407). Hij was een bondgenoot van graaf Albrecht van Beieren en speelde een centrale rol in de Hollandse partij tijdens de strijd om Friesland.

Vanaf de veertiende eeuw namen leden ook feodale en adellijke functies op zich. In 1376 werd Lubbert Sickinghe beleend met de Tamminga-tienden. In 1463 verleende de bisschop van Utrecht die tienden aan Evert Sickinghe, een kleinzoon van Lubbert. Evert was hoofdman in Groningen en hoofdeling en redger in Winsum, Baflo en Den Andel. In 1441 had hij de eed afgelegd aan bisschop Hendrik II van Meurs van Münster, waarna hij proost van de halve proosdij van Loppersum werd.

Van de vijftiende tot de zeventiende eeuw bracht het geslacht veel landjonkers voort, die op borgen, kastelen en steenhuizen woonden. Tussen 1250 en 1800 leverde het geslacht ten minste twaalf burgemeesters aan de stad Groningen, samen bijna honderd jaar. Leden speelden een rol in het Groninger Oproer van 1413, de Saksische Vete en het Ontzet van Coevorden in 1672. Pas in het begin van de achttiende eeuw keerde de familie definitief terug naar het stedelijke leven. Halverwege de negentiende eeuw vestigden de meeste familieleden zich in 's-Gravenhage.

Adellijke titel en stand

In 1814 werd mr. Pieter Rembt Sickinghe (1743-1821) benoemd in de Ridderschap van de provincie Groningen, als enige vertegenwoordiger van het oude Groninger stadspatriciaat. Hij had als lid van een oud adellijk geslacht de mogelijkheid om een baronnentitel te voeren, maar hij deed dat niet. Het geslacht voert geen titel; de leden zijn jonkheer of jonkvrouw. Het geslacht bestaat nog.

Bekende familieleden

Feicke Sickinga (1325-1407) was een bondgenoot van graaf Albrecht van Beieren. Lubbert Sickinghe was van 1354 tot 1383 burgemeester van Groningen. Evert Sickinghe was in de vijftiende eeuw hoofdman en hoofdeling in het Groningse en kreeg in 1463 de Tamminga-tienden. Johan Sickinghe (ca. 1452 - na 1499), zoon van Feyo I Sickinghe, was de oudst bekende eigenaar van een vijftiende-eeuws Ommelander rechtshandschrift; de codex draagt zijn naam. Johan Sickinghe (1602-1624) was de jonge humanist die in 1619 de toespraak in Groningen hield. Mr. Pieter Rembt Sickinghe (1743-1821) was in 1814 de enige vertegenwoordiger van het oude Groninger stadspatriciaat in de Ridderschap.

De naam Sickinghe vandaag

De naam Sickinghe komt in Nederland 21 keer voor en staat op de 61.632e plaats onder alle Nederlandse achternamen. Het vaakst komt de naam voor in Noord-Holland.

Veelgestelde vragen over Sickinghe

Is Sickinghe een adellijke familie?

Ja, het geslacht is in 1814 benoemd in de Nederlandse adel. Het geslacht bestaat nog.

Welke adellijke titel voert de familie Sickinghe?

De familie voert geen titel; de leden zijn jonkheer of jonkvrouw. Mr. Pieter Rembt Sickinghe kon een baronnentitel voeren, maar deed dat niet.

Waar komt de achternaam Sickinghe vandaan?

Het geslacht komt uit de provincie Groningen en behoorde eerst tot het stadspatriciaat van de stad Groningen. De vroegst bekende vermelding dateert uit 1015, toen Koert Sickinghe als hoofdman van Winsum werd genoemd.

Hoeveel mensen heten Sickinghe?

In Nederland zijn er 21 naamdragers. De naam komt het vaakst voor in Noord-Holland en staat op de 61.632e plaats onder de Nederlandse achternamen.

Wie zijn bekende leden van de familie Sickinghe?

Bekende leden zijn burgemeester Lubbert Sickinghe, die van 1354 tot 1383 in Groningen zat, en mr. Pieter Rembt Sickinghe (1743-1821), die in 1814 in de Ridderschap van Groningen werd benoemd.

Sickinghe in de toplijsten

Alle toplijsten →

Namen die erop lijken

Populairste achternamen

Bekijk de top 100 →
Samenstelling en redactie · Familienaam, Nijmegen · ORCID

Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.