Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Stam is een bijnaam die teruggaat op het woord voor boomstam, mogelijk als aanduiding voor een stevige gestalte of voor afkomst uit een bepaald geslacht.
Stams wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Holland. Daarmee staat Stam op plek 99 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Amsterdam | Noord-Holland | 331 | 3,5% |
| 2 | Dordrecht | Zuid-Holland | 299 | 3,2% |
| 3 | Rotterdam | Zuid-Holland | 257 | 2,7% |
| 4 | Zaanstad | Noord-Holland | 244 | 2,6% |
| 5 | Bergen (NH) | Noord-Holland | 203 | 2,2% |
| 6 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 152 | 1,6% |
| 7 | Medemblik | Noord-Holland | 151 | 1,6% |
| 8 | Hoorn | Noord-Holland | 144 | 1,5% |
| 9 | Alkmaar | Noord-Holland | 142 | 1,5% |
| 10 | Nieuw-Lekkerland | Zuid-Holland | 133 | 1,4% |
| 11 | Heerhugowaard | Noord-Holland | 127 | 1,4% |
| 12 | Koggenland | Noord-Holland | 123 | 1,3% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Stam in de landelijke rangorde.
De achternaam Stam is afgeleid van het Nederlandse woord "stam", dat van oudsher zowel de stam van een boom aanduidt als, figuurlijk, een geslacht of afstammingslijn. Beide betekenissen van het woord waren al in de middeleeuwen in gebruik en beide kunnen aan de basis liggen van deze achternaam.
Als bijnaam wordt Stam meestal verklaard als een verwijzing naar de lichaamsbouw van de eerste drager: een stevige, rechte gestalte die aan een boomstam deed denken, vergelijkbaar met andere fysieke bijnamen zoals Groot of Lang. Een tweede, minder directe verklaring ziet in "stam" een aanduiding voor iemand die tot een bepaalde familie of afstammingslijn behoorde, hoewel deze figuurlijke betekenis van het woord in de tijd dat achternamen ontstonden nog minder gangbaar was dan de letterlijke, plantkundige betekenis. Vergelijkbare bijnamen naar boomonderdelen of hout komen ook elders in de Nederlandse naamvoorraad voor, zoals Tak en Stronk, wat laat zien dat de plantenwereld een rijke bron van beeldspraak vormde voor de beschrijving van menselijke gestalten. Bijnamen als deze ontstonden doordat dorpsgenoten elkaar in de spreektaal een kenmerkende aanduiding gaven naast de voornaam.
De naam Stam is kort en relatief stabiel in schrijfwijze, wat past bij eenlettergrepige woorden zonder klinkercombinaties die aan spellingsverandering onderhevig zijn. Zulke korte bijnamen worden in de naamkunde vaak gerekend tot de oudste laag van de Nederlandse achternamen, juist omdat ze zo direct en onopgesmukt zijn: er zit geen voorzetsel, lidwoord of achtervoegsel tussen het kenmerk en de persoon die het beschrijft. Wel komen samengestelde vormen voor, zoals Stamhuis of Stammer, en de vorm met een toegevoegde -s, Stams, die een patroniemachtige betekenis kan hebben gekregen in de zin van "van de familie Stam". Omdat het woord in de meeste Nederlandse dialecten dezelfde vorm en uitspraak kende, is er, anders dan bij veel andere achternamen, nauwelijks sprake van een lappendeken aan regionale schrijfwijzen.
Zulke korte bijnamen behoren tot de oudste laag van Nederlandse achternamen, ontstaan in een tijd waarin voornamen alleen onvoldoende waren om mensen in een gemeenschap te onderscheiden. Pas veel later, met de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, werd het verplicht om deze aanduidingen als vaste, erfelijke achternaam bij de burgerlijke stand te laten registreren. Voor een familie die al lang bekendstond onder de bijnaam Stam, betekende dit dat de bestaande naam simpelweg de officiële status van achternaam kreeg.
Vandaag de dag dragen ruim 9.400 mensen in Nederland de achternaam Stam. De kernachtige, beeldende oorsprong van het woord — of het nu naar een boomstam of naar een geslacht verwijst — heeft de naam door de eeuwen heen goed herkenbaar en ongewijzigd gehouden. Zulke korte, beeldende bijnamen behoren tot de meest directe getuigenissen van hoe mensen elkaar vroeger typeerden, zonder omwegen via een beroep of een plaatsnaam. Wie vandaag Stam heet, draagt daarmee een van de kernachtigste vormen van Nederlandse familienaamgeving met zich mee, een naam die in slechts één lettergreep een heel beeld van de eerste drager probeert op te roepen.
Stam verwijst naar het woord voor boomstam en, in figuurlijke zin, naar een geslacht of afstammingslijn.
Stam is een bijnaam, waarschijnlijk gegeven vanwege een stevige, rechte gestalte.
Ruim 9.400 mensen in Nederland dragen de achternaam Stam.
Naast de korte vorm komen samengestelde varianten voor zoals Stamhuis en Stams.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al bestond de bijnaam zelf vermoedelijk al veel eerder.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.