Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Groot is een bijnaam voor iemand met een opvallend grote of forse gestalte, een van de meest voorkomende lichamelijke bijnamen van Nederland.
Groots wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Holland. Daarmee staat Groot op plek 101 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Amsterdam | Noord-Holland | 442 | 4,8% |
| 2 | Zaanstad | Noord-Holland | 420 | 4,5% |
| 3 | Heerhugowaard | Noord-Holland | 408 | 4,4% |
| 4 | Alkmaar | Noord-Holland | 366 | 4,0% |
| 5 | Opmeer | Noord-Holland | 283 | 3,1% |
| 6 | Koggenland | Noord-Holland | 266 | 2,9% |
| 7 | Stede Broec | Noord-Holland | 235 | 2,5% |
| 8 | Drechterland | Noord-Holland | 233 | 2,5% |
| 9 | Hoorn | Noord-Holland | 231 | 2,5% |
| 10 | Castricum | Noord-Holland | 229 | 2,5% |
| 11 | Bergen (NH) | Noord-Holland | 206 | 2,2% |
| 12 | Langedijk | Noord-Holland | 186 | 2,0% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Groot in de landelijke rangorde.
De achternaam Groot komt rechtstreeks van het gewone bijvoeglijk naamwoord "groot", een van de oudste en meest gebruikte woorden uit het Nederlandse vocabulaire, en verwijst naar de lichaamsbouw van de eerste drager: iemand die opvallend lang, breed of fors was in vergelijking met zijn dorps- of stadsgenoten. Dit soort fysieke kenmerken was in kleine gemeenschappen een voor de hand liggende manier om iemand te onderscheiden van anderen met dezelfde voornaam.
Groot behoort daarmee tot de categorie bijnamen, en wel specifiek tot de groep die is gebaseerd op een uiterlijk kenmerk, net als namen als Klein, Lang en Dik. Deze bijnamen ontstonden in de spreektaal, vaak als tegenhanger van een naamgenoot met een ander postuur in dezelfde gemeenschap: waar de ene Jan "de grote" was, kon een andere Jan "de kleine" heten. Dit soort tegenstellingen tussen naamgenoten is een van de duidelijkste aanwijzingen waarom bijnamen ooit zo praktisch en noodzakelijk waren: in kleine gemeenschappen met een beperkte voorraad voornamen leverde alleen een voornaam vaak onvoldoende houvast op om iemand ondubbelzinnig aan te duiden.
Van Groot bestaan diverse verwante vormen. Met het bepaald lidwoord wordt de naam De Groot, wat in Nederland een van de meest voorkomende achternamen in zijn geheel is. Ook de vormen Groote en De Groote, met de oudere -e-uitgang, komen voor, evenals de Vlaamse variant Degroote, waarin naam en lidwoord aaneengeschreven zijn. Tegenover Groot staat van oudsher de tegenhanger Klein, en het is geen toeval dat beide namen tot de talrijkste bijnamen van het Nederlandse taalgebied behoren: ze vormen als het ware een taalkundig paar dat samen ontstond uit dezelfde behoefte aan onderscheid.
Lichamelijke bijnamen als Groot zijn een van de oudste categorieën Nederlandse achternamen, omdat ze zijn ontstaan uit de meest directe, alledaagse manier om mensen te beschrijven, lang voordat er een systeem van vaste, erfelijke achternamen bestond. Dat systeem werd ingevoerd met de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, toen alle inwoners van Nederland zich bij de burgerlijke stand moesten registreren met een vaste achternaam. Een reeds bestaande bijnaam als Groot werd bij die gelegenheid voor talloze families de officiële, erfelijke familienaam, ook al zei die naam vanaf dat moment niets meer over het werkelijke postuur van de nazaten.
Met ruim 9.200 naamdragers is Groot een van de talrijkere korte achternamen van Nederland, naast de nog veel grotere groep die de vorm met lidwoord, De Groot, draagt. Samen laten deze namen zien hoe wijdverbreid het gebruik van fysieke bijnamen ooit was in de Nederlandse naamgeving, en hoe vanzelfsprekend het voor onze voorouders was om iemand simpelweg naar zijn postuur te vernoemen. Dat zo'n alledaags woord als groot uiteindelijk tot een van de bekendste Nederlandse achternamen kon uitgroeien, zegt veel over hoe dicht de vroegste naamgeving bij het dagelijks taalgebruik stond.
Groot verwijst naar een opvallend lange of forse lichaamsbouw van de eerste naamdrager.
Groot is een bijnaam, gebaseerd op een lichamelijk kenmerk.
Ruim 9.200 mensen in Nederland dragen de achternaam Groot.
Bekende varianten zijn De Groot, Groote, De Groote en de Vlaamse vorm Degroote.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al werd de bijnaam zelf vaak al eeuwen eerder gebruikt.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.