Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Vis is een beroeps- of bijnaam, ontstaan uit het woord 'vis' en vermoedelijk verwijzend naar een visser of vishandelaar.
Vis wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Zuid-Holland. Daarmee staat Vis op plek 221 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,0% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Westland | Zuid-Holland | 361 | 6,8% |
| 2 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 182 | 3,4% |
| 3 | Rotterdam | Zuid-Holland | 178 | 3,4% |
| 4 | Amsterdam | Noord-Holland | 175 | 3,3% |
| 5 | Nunspeet | Gelderland | 160 | 3,0% |
| 6 | Alphen aan den Rijn | Zuid-Holland | 124 | 2,3% |
| 7 | Utrecht | Utrecht | 89 | 1,7% |
| 8 | Zaanstad | Noord-Holland | 86 | 1,6% |
| 9 | De Ronde Venen | Utrecht | 81 | 1,5% |
| 10 | Zoetermeer | Zuid-Holland | 71 | 1,3% |
| 11 | Steenwijkerland | Overijssel | 67 | 1,3% |
| 12 | Amersfoort | Utrecht | 63 | 1,2% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Vis in de landelijke rangorde.
| #219 | De Waal | 5.349 |
| #220 | Van der Molen | 5.336 |
| #221 | Vis | 5.313 |
| #222 | Van der Zee | 5.307 |
| #223 | Nieuwenhuis | 5.300 |
Vis is een van de kortste en meest directe Nederlandse achternamen: de naam bestaat simpelweg uit het zelfstandig naamwoord "vis". Dit soort korte, ongewijzigde woorden als achternaam komt vaker voor in het Nederlands, en wordt meestal geduid als een verkorte beroepsnaam of als een bijnaam die rechtstreeks naar het beroep of een opvallend kenmerk van de eerste naamdrager verwees.
In het geval van Vis ligt een verband met de visserij of vishandel het meest voor de hand. In de kuststreken en langs de grote rivieren en het IJsselmeer was de visvangst eeuwenlang een belangrijke bron van inkomsten, en wie zijn brood verdiende met vissen of met de verkoop van vis op de markt, kon eenvoudigweg "Vis" worden genoemd, zonder dat daar nog een extra achtervoegsel als "-ser" of "-man" aan werd toegevoegd. Dat zo'n kort woord zonder verdere toevoeging als volwaardige achternaam kon dienen, past bij een tijd waarin de dorpsgemeenschap klein genoeg was om iedereen aan één enkel, kenmerkend woord te herkennen.
Daarnaast is het mogelijk dat de naam in sommige gevallen als bijnaam is ontstaan, bijvoorbeeld voor iemand die opviel door een kenmerk dat aan vis deed denken, al is dit binnen de naamkunde minder goed te onderbouwen dan de beroepsverklaring. Beide interpretaties, beroepsnaam en bijnaam, liggen bij zulke korte, op zichzelf staande woorden vaak dicht bij elkaar, en zonder aanvullend familieonderzoek is niet met zekerheid vast te stellen welke van de twee voor een specifieke familie geldt.
Verwante en meer uitgebreide vormen van deze naam zijn Visser, de visser, dus expliciet het beroep, Vissers, met genitief-s, en Visman. Deze namen zijn weliswaar duidelijk verwant in betekenis, maar gelden als aparte achternamen naast de kortere vorm Vis. Spellingsvarianten van Vis zelf zijn er nauwelijks, wat past bij het feit dat het een kort, op zichzelf staand alledaags woord is dat weinig ruimte laat voor afwijkende schrijfwijzen.
Korte achternamen als Vis nemen binnen het Nederlandse namenbestand een bijzondere plaats in: ze zijn vaak ouder dan de langere, samengestelde varianten, juist omdat ze zo dicht bij het gewone, alledaagse taalgebruik bleven staan. Terwijl elders een achtervoegsel als "-er" of "-man" werd toegevoegd om een beroep expliciet te maken, volstond in sommige streken en families het kale zelfstandig naamwoord al als voldoende onderscheidend kenmerk voor de burgerlijke stand.
Zoals alle Nederlandse achternamen werd ook Vis pas een wettelijk vastgelegde, erfelijke familienaam bij de invoering van de burgerlijke stand in 1811 en 1812, tijdens het Napoleontische bestuur over Nederland. Als beroepsaanduiding of bijnaam bestond het woord natuurlijk al veel langer in de dagelijkse spreektaal, maar pas toen werd de naam officieel en blijvend aan een familie verbonden.
Vandaag de dag telt Nederland ruim 5.310 mensen met de achternaam Vis. Daarmee behoort de naam tot de honderden meest voorkomende Nederlandse achternamen, en is het een mooi voorbeeld van hoe een simpel, alledaags woord rechtstreeks, zonder verdere toevoeging, als achternaam is blijven bestaan.
Vis is rechtstreeks afgeleid van het woord 'vis' en verwijst vermoedelijk naar een visser of vishandelaar.
Vis is een beroepsnaam of bijnaam, ontstaan uit een kort, alledaags woord zonder verder achtervoegsel.
Nederland telt momenteel ruim 5.310 mensen met de achternaam Vis.
Verwante namen zijn Visser, Vissers en Visman, al gelden deze als aparte achternamen naast de korte vorm Vis.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, terwijl het woord als aanduiding al veel langer in de spreektaal bestond.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.