Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Vissers is een beroepsnaam voor een visser, met een achtervoegsel -s dat wijst op afkomst van of verbondenheid met dat beroep.
Vissers wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Brabant. Daarmee staat Vissers op plek 186 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,0% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Breda | Noord-Brabant | 348 | 5,9% |
| 2 | 's-Hertogenbosch | Noord-Brabant | 229 | 3,9% |
| 3 | Veghel | Noord-Brabant | 198 | 3,3% |
| 4 | Tilburg | Noord-Brabant | 179 | 3,0% |
| 5 | Sint-Michielsgestel | Noord-Brabant | 177 | 3,0% |
| 6 | Geertruidenberg | Noord-Brabant | 167 | 2,8% |
| 7 | Oosterhout | Noord-Brabant | 151 | 2,6% |
| 8 | Oss | Noord-Brabant | 146 | 2,5% |
| 9 | Groesbeek | Gelderland | 145 | 2,4% |
| 10 | Nijmegen | Gelderland | 123 | 2,1% |
| 11 | Maasdriel | Gelderland | 120 | 2,0% |
| 12 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 93 | 1,6% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Vissers in de landelijke rangorde.
| #184 | Bouma | 5.942 |
| #185 | Arends | 5.927 |
| #186 | Vissers | 5.921 |
| #187 | Van den Bos | 5.911 |
| #188 | Knol | 5.906 |
Vissers is een beroepsnaam, afgeleid van het woord "visser": iemand die de kost verdiende met het vangen van vis, in rivieren, meren of aan de kust. Beroepsnamen behoren tot de oudste en meest voorkomende categorie Nederlandse achternamen, omdat een beroep in kleine, overzichtelijke gemeenschappen vaak het meest voor de hand liggende onderscheidende kenmerk van een persoon was: waren er twee mannen met dezelfde voornaam in een dorp, dan was de een misschien "Jan de visser" en de ander "Jan de bakker".
De extra -s aan het einde van Vissers kan op twee manieren worden verklaard, die in de praktijk vaak door elkaar liepen. Enerzijds kan het een genitiefachtige vorm zijn, vergelijkbaar met "van de visser", waarbij de -s simpelweg een bezits- of afkomst-uitgang is die aan veel beroeps- en patroniemnamen werd toegevoegd. Anderzijds kan de -s ook wijzen op een patroniem-achtige uitbreiding, in de zin van "zoon van de visser", waarbij het beroep van de vader op de zoon werd overgedragen als familienaam. Beide verklaringen worden in de Nederlandse naamkunde als plausibel beschouwd, en het onderscheid is voor een individuele familie meestal niet meer te achterhalen.
Het beroep van visser was in de waterrijke Lage Landen, met hun rivieren, meren en kustlijn, wijdverbreid, wat verklaart waarom zowel Visser als Vissers tot de talrijke Nederlandse achternamen behoren die in bijna elke regio van het land voorkomen.
Beroepsnamen worden in de naamkunde onderverdeeld in enkele hoofdgroepen: ambachten zoals smid of bakker, agrarische beroepen zoals boer of herder, en beroepen die met water en handel te maken hadden, zoals visser, schipper of koopman. Vissers hoort in die laatste groep thuis, en het grote aantal Nederlandse achternamen rond de visserij weerspiegelt hoe belangrijk deze bedrijfstak eeuwenlang was voor de economie van de waterrijke Lage Landen.
Qua schrijfwijze is de naam relatief stabiel, maar er bestaan wel duidelijk verwante vormen: naast Vissers ook Visser zonder de -s, en Visscher met de oudere sch-schrijfwijze van de laatste klank, zoals die vroeger in het Nederlands gebruikelijker was. Deze varianten weerspiegelen vooral verschillen in schrijftraditie tussen regio's en tijdvakken, niet een verschil in betekenis. Ook combinaties als Visscher en Vischer laten zien dat de spelling van beroepsnamen lang niet zo vastgelegd was als tegenwoordig, tot de spelling van het Nederlands in de negentiende en twintigste eeuw geleidelijk werd gestandaardiseerd.
Zoals bij vrijwel alle beroepsnamen bestond "Vissers" als aanspreeknaam al ver voor de invoering van verplichte, vaste achternamen. Pas tijdens de Napoleontische naamgeving van 1811-1812 moesten alle inwoners van Nederland zich met een erfelijke achternaam bij de burgerlijke stand laten inschrijven, en veel vissersfamilies die al generaties lang zo werden aangeduid, legden die beroepsnaam toen officieel vast. Tegenwoordig telt het CBS-familienamenbestand ruim 5.900 mensen met de achternaam Vissers, wat de naam tot een van de talrijke Nederlandse beroepsnamen rond de visserij maakt, naast varianten als Visser en Visscher.
De naam verwijst naar het beroep van visser, iemand die de kost verdiende met vissen.
Het is een beroepsnaam, met een -s-uitgang die op afkomst van of verbondenheid met het beroep wijst.
Het CBS-familienamenbestand telt ruim 5.900 mensen met de achternaam Vissers.
Ja, onder meer Visser zonder de -s en Visscher met de oudere sch-schrijfwijze.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, terwijl de naam als beroepsaanduiding vermoedelijk al veel eerder bestond.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.