Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Boon is een bijnaam-achtige achternaam, afgeleid van het woord 'boon' — mogelijk verwijzend naar een bonenteler, een klein postuur of een huis met die naam.
Boons wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Holland. Daarmee staat Boon op plek 121 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Zaanstad | Noord-Holland | 354 | 4,4% |
| 2 | Amsterdam | Noord-Holland | 321 | 4,0% |
| 3 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 282 | 3,5% |
| 4 | Rotterdam | Zuid-Holland | 221 | 2,8% |
| 5 | Westland | Zuid-Holland | 174 | 2,2% |
| 6 | Ede | Gelderland | 151 | 1,9% |
| 7 | Drechterland | Noord-Holland | 125 | 1,6% |
| 8 | Groningen | Groningen | 121 | 1,5% |
| 9 | Alkmaar | Noord-Holland | 117 | 1,5% |
| 10 | Texel | Noord-Holland | 111 | 1,4% |
| 11 | Haarlemmermeer | Noord-Holland | 110 | 1,4% |
| 12 | Utrecht | Utrecht | 108 | 1,4% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Boon in de landelijke rangorde.
| #119 | Zijlstra | 8.022 |
| #120 | Van der Velde | 8.015 |
| #121 | Boon | 7.993 |
| #122 | Klein | 7.932 |
| #123 | Stevens | 7.833 |
"Boon" gaat terug op het gewone Nederlandse woord "boon", de naam voor de peulvrucht die al eeuwenlang in Nederlandse moestuinen en op akkers werd verbouwd, van de tuinboon tot de bruine boon. Als achternaam behoort Boon tot de bijnamen: namen die niet verwijzen naar een vader, een beroep in enge zin of een woonplaats, maar naar een kenmerk, gewoonte of associatie van de eerste drager. Bij een kort, alledaags woord als "boon" lopen verschillende verklaringen door elkaar, en geen ervan is met zekerheid de enige juiste.
Een voor de hand liggende lezing is dat Boon oorspronkelijk sloeg op iemand die bonen verbouwde of verhandelde, vergelijkbaar met hoe andere gewasnamen als bijnaam voor telers of handelaren in gebruik raakten. Een tweede, minstens zo aannemelijke verklaring wijst op de figuurlijke betekenis van "boon": in oudere taal kon het woord ook "iets kleins, iets onbeduidends" aanduiden, zoals nog te herkennen is in uitdrukkingen waarin een boon voor een gering bedrag of een kleinigheid staat. In dat geval zou Boon zijn ontstaan als spotnaam voor iemand van klein postuur of met weinig bezit. Ten slotte kan de naam ook een huisnaam zijn geweest: veel huizen en boerderijen droegen vroeger een naam of gevelteken, en wie in "de Boon" woonde, kon daaraan zijn achternaam ontlenen.
Boon wordt meestal geschreven zonder tussenvoegsel, maar in sommige families komt de vorm "de Boon" voor, waarbij het lidwoord de herkomst als huisnaam of bijnaam onderstreept. Ook de spellingsvariant "Boone", met een extra stomme e aan het einde, is terug te vinden; dat is een gebruikelijk verschijnsel bij Nederlandse achternamen, waarbij de uitspraak nauwelijks verandert maar de schrijfwijze tussen families uiteen is gaan lopen. Van vermenging met verwante maar zelfstandige namen als Boonen of Boons — die eerder als patroniemachtige afleiding zijn ontstaan — is meestal geen sprake; het gaat om andere naamvormen met een eigen ontstaansgeschiedenis.
Zoals bij vrijwel alle Nederlandse achternamen die uit een alledaags woord zijn ontstaan, bestond de bijnaam Boon vermoedelijk al generaties lang binnen families voordat hij een wettelijk vastgelegde achternaam werd. Pas met de Napoleontische naamgeving van 1811-1812 waren inwoners van Nederland voor het eerst verplicht om zich bij de burgerlijke stand te melden met een vaste, erfelijke achternaam. Mensen die al informeel Boon werden genoemd, legden die aanspreeknaam op dat moment officieel vast, waardoor de naam vanaf toen van generatie op generatie werd doorgegeven zoals we hem nu kennen.
Vandaag de dag heten ruim 7.900 mensen in Nederland Boon, wat de naam tot een van de honderden bijnaam-achtige achternamen maakt die stevig verankerd zijn in het Nederlandse naamlandschap. De kracht van dit soort korte, op het oog eenvoudige namen zit juist in hun meerduidigheid: zonder verder bronnenonderzoek naar een specifieke familie is niet met zekerheid te zeggen of een individuele Boon afstamt van een bonenteler, een klein postuur of een huis met die naam, en die openheid is typerend voor bijnamen uit de vroege naamgeving.
Boon is afgeleid van het woord "boon", de peulvrucht; de naam kan verwijzen naar een bonenteler of -verkoper, een klein postuur, of een huis met die naam.
Boon is een bijnaam-achtige achternaam, ontstaan uit een alledaags woord in plaats van uit een vadersnaam of plaatsnaam.
In Nederland heten ruim 7.900 mensen Boon.
Naast Boon komen de vormen Boone en De Boon voor, met dezelfde herkomst maar een net iets andere schrijfwijze.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al bestond de bijnaam daarvoor waarschijnlijk al lang als aanspreeknaam.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.