Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Dekkers is een beroepsnaam voor een dekker, iemand die daken bedekte met riet, stro of pannen, met de -s als aanduiding 'zoon van de dekker'.
Dekkers wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Brabant. Daarmee staat Dekkers op plek 116 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Eindhoven | Noord-Brabant | 381 | 4,7% |
| 2 | Breda | Noord-Brabant | 302 | 3,7% |
| 3 | Roosendaal | Noord-Brabant | 293 | 3,6% |
| 4 | Tilburg | Noord-Brabant | 187 | 2,3% |
| 5 | Etten-Leur | Noord-Brabant | 181 | 2,2% |
| 6 | Rotterdam | Zuid-Holland | 170 | 2,1% |
| 7 | Amsterdam | Noord-Holland | 160 | 2,0% |
| 8 | Waalwijk | Noord-Brabant | 154 | 1,9% |
| 9 | 's-Hertogenbosch | Noord-Brabant | 151 | 1,9% |
| 10 | Landerd | Noord-Brabant | 149 | 1,8% |
| 11 | Bergen op Zoom | Noord-Brabant | 131 | 1,6% |
| 12 | Halderberge | Noord-Brabant | 130 | 1,6% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Dekkers in de landelijke rangorde.
Het woord dekker gaat terug op het werkwoord dekken, in de betekenis van een dak bedekken en waterdicht maken. Een dekker was in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd een vakman die daken van boerderijen, huizen en schuren voorzag van riet, stro, leem of later pannen en leien. Dit ambacht was door de eeuwen heen onmisbaar, aangezien vrijwel elk gebouw een goed sluitend dak nodig had, en het beroep kende regionale specialisaties, zoals de rietdekker in de veen- en plassengebieden.
Dekkers is daarmee een beroepsnaam, ontstaan uit de bezigheid van de eerste naamdrager. De toegevoegde -s functioneert hier, net als bij veel andere Nederlandse beroepsnamen, als genitiefachtige uitgang: 'zoon van de dekker' of eenvoudigweg 'van de dekker'. Dit verklaart waarom naast de kortere vorm Dekker ook de vorm Dekkers, met de extra -s, tot een zelfstandige en veelvoorkomende achternaam is uitgegroeid, doordat de aanduiding van vader op zoon werd doorgegeven en zo aan het gezin bleef kleven.
Veelvoorkomende varianten van de naam zijn Dekker, zonder de -s, en de samengestelde vorm Rietdekker, die de specialisatie in rieten daken expliciet benoemt. Ook De Dekker, met een toegevoegd lidwoord, komt in bepaalde streken voor. De kernspelling met -kk- is door de eeuwen heen stabiel gebleven, wat past bij een woord dat rechtstreeks van een veelgebruikt werkwoord is afgeleid en daardoor weinig ruimte liet voor uiteenlopende schrijfwijzen.
Zoals de meeste beroepsnamen bestond Dekkers al lang als aanspreeknaam voordat de naam wettelijk werd vastgelegd. Dat gebeurde met de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, toen alle inwoners van Nederland verplicht werden zich bij de burgerlijke stand in te schrijven met een vaste, erfelijke achternaam. Families die als (nakomelingen van) een dekker bekendstonden, lieten die beroepsaanduiding toen simpelweg registreren als officiële familienaam.
Vandaag de dag dragen ruim 8.000 mensen in Nederland de achternaam Dekkers. Daarmee behoort de naam tot de grotere groep beroepsnamen uit de bouw- en ambachtssector, een categorie die door het praktische en alomtegenwoordige karakter van deze beroepen tot de meest voorkomende bron van Nederlandse familienamen behoort.
Het materiaal waarmee een dak werd gedekt, verschilde sterk per regio: in de waterrijke westelijke provincies was riet lange tijd een gangbaar materiaal, terwijl elders in het land vaker stro, leem of gebakken pannen werden gebruikt. Die regionale verschillen verklaren waarom naast de algemene naam Dekker en Dekkers ook meer specifieke beroepsnamen als Rietdekker en Pannendekker zijn ontstaan, die de precieze specialisatie van de vakman benoemden. Ongeacht het gebruikte materiaal bleef het dekken van daken door de eeuwen heen een onmisbaar ambacht, wat verklaart waarom er zoveel Nederlandse families een achternaam dragen die naar dit beroep verwijst, van de eenvoudige boerderij tot het statige stadshuis.
Het is een beroepsnaam voor een dekker, iemand die daken bedekte met riet, stro of pannen; de -s duidt op 'zoon van de dekker'.
Een beroepsnaam.
Ruim 8.000 mensen dragen op dit moment de achternaam Dekkers.
Dekker zonder -s, de samengestelde vorm Rietdekker, en het regionale De Dekker.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al bestond de beroepsaanduiding vaak al veel eerder.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.