Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Schaap is een bijnaam ontleend aan het dier, mogelijk voor een zachtaardig of gedwee persoon, een schaapherder, of afkomstig van een huisnaam met een schaap in de gevel.
Schaaps wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Zuid-Holland. Daarmee staat Schaap op plek 107 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Katwijk | Zuid-Holland | 754 | 8,7% |
| 2 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 340 | 3,9% |
| 3 | Huizen | Noord-Holland | 337 | 3,9% |
| 4 | Amsterdam | Noord-Holland | 287 | 3,3% |
| 5 | Zaanstad | Noord-Holland | 210 | 2,4% |
| 6 | Rotterdam | Zuid-Holland | 201 | 2,3% |
| 7 | Bunschoten | Utrecht | 128 | 1,5% |
| 8 | Almere | Flevoland | 119 | 1,4% |
| 9 | Haarlem | Noord-Holland | 117 | 1,4% |
| 10 | Velsen | Noord-Holland | 104 | 1,2% |
| 11 | Hilversum | Noord-Holland | 103 | 1,2% |
| 12 | Groningen | Groningen | 93 | 1,1% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Schaap in de landelijke rangorde.
Het woord schaap duidt op het bekende hoefdier dat eeuwenlang een onmisbare rol speelde in de Nederlandse landbouw, als leverancier van wol, vlees en mest, vooral op de schrale zand- en heidegronden waar akkerbouw minder goed gedijde. In de volkstaal kreeg het schaap ook een figuurlijke lading: het gold als symbool van gedweeheid, volgzaamheid en soms onschuld of naïviteit, zoals nog te herkennen is in uitdrukkingen als 'een verloren schaap' of 'schaapachtig kijken'. Die dubbele lading, het nuttige landbouwdier én het karaktertype, maakt het aannemelijk dat de achternaam Schaap op beide manieren kan zijn ontstaan.
Als familienaam wordt Schaap gerekend tot de bijnamen: namen die ontstonden uit een opvallend kenmerk, beroep-gerelateerde bezigheid of uiterlijke associatie van de eerste drager. Bij Schaap ligt zowel een verwijzing naar het beroep van schaapherder als een beschrijvende typering van iemand met een zachtaardig of volgzaam karakter voor de hand; ook de mogelijkheid van een huisnaam, ontleend aan een gevelsteen of uithangteken met een schaap erop, is bij dit soort dierlijke namen gebruikelijk. Het grensgebied tussen bijnaam en beroepsnaam is bij diernamen die aan veeteelt raken vaak lastig scherp te trekken.
De naam wordt vrijwel altijd als Schaap geschreven, zonder lidwoord of tussenvoegsel. In oudere archiefbronnen komt de spelling Schaep voor, met de in de zeventiende en achttiende eeuw gangbare ae-schrijfwijze voor de lange a-klank, die later grotendeels is vervangen door de huidige aa-spelling. Verwant, maar strikt genomen een andere naam, is Schaapman, waarin het achtervoegsel -man een persoon aanduidt die beroepsmatig met schapen te maken had; ook samenstellingen als Schaapherder komen af en toe voor, zij het veel zeldzamer.
Zoals bij vrijwel alle Nederlandse achternamen bestond Schaap al lang als informele aanspreeknaam voordat er sprake was van een wettelijk verplichte, vaste familienaam. Die verplichting werd pas ingevoerd met de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, toen alle inwoners van Nederland zich bij de burgerlijke stand moesten inschrijven met een erfelijke achternaam. Gezinnen die al onder de naam Schaap bekendstonden, lieten die bestaande aanduiding op dat moment simpelweg officieel registreren, waarna de naam ongewijzigd van generatie op generatie werd doorgegeven.
Op dit moment dragen ruim 8.600 mensen in Nederland de achternaam Schaap, wat de naam tot een van de meer verbreide dierlijke bijnamen van het land maakt. Dat sluit aan bij een breder patroon: namen die zijn afgeleid van boerderijdieren zoals schaap, os of bok komen door hun herkenbare en gemakkelijk te onthouden karakter relatief vaak voor, vergeleken met veel specifiekere beroeps- of plaatsnamen.
In de christelijke beeldtaal, die in de vroegmoderne Nederlandse samenleving een grote rol speelde, stond het schaap ook symbool voor de gelovige die deel uitmaakt van een kudde onder leiding van een herder, een beeld dat via kerk en bijbel wijdverbreid was. Dat religieuze register kan de bijnaam een extra laag van betekenis hebben gegeven, naast de meer letterlijke associatie met het dier of het beroep van schaapherder. Net als bij andere veedieren, zoals Os, Bok en Ram, laat de naam Schaap zien dat de dagelijkse omgang met landbouwdieren een rijke bron van familienamen vormde, ongeacht in welke regio van Nederland een gezin woonde.
De naam verwijst naar het dier schaap; mogelijk een bijnaam voor een zachtaardig persoon, een aanduiding voor een schaapherder, of een huisnaam met een schaap in de gevel.
Een bijnaam, met raakvlakken met een beroepsnaam vanwege de link met schapenhouderij.
Ruim 8.600 mensen dragen op dit moment de achternaam Schaap.
Schaap, in oudere bronnen Schaep, en de verwante naam Schaapman.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, ook al bestond de naam als bijnaam vaak al veel eerder.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.