Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Schreurs is een beroepsnaam met patronymisch achtervoegsel: 'schreur' is Limburgs-Rijnlands dialect voor kleermaker, en de -s betekende oorspronkelijk 'zoon van de schreur'.
Schreurs wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Limburg. Daarmee staat Schreurs op plek 237 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,0% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Venlo | Limburg | 404 | 7,9% |
| 2 | Leudal | Limburg | 269 | 5,3% |
| 3 | Roermond | Limburg | 198 | 3,9% |
| 4 | Winterswijk | Gelderland | 161 | 3,2% |
| 5 | Sittard-Geleen | Limburg | 150 | 2,9% |
| 6 | Maastricht | Limburg | 119 | 2,3% |
| 7 | Hof van Twente | Overijssel | 114 | 2,2% |
| 8 | Amsterdam | Noord-Holland | 113 | 2,2% |
| 9 | Weert | Limburg | 105 | 2,1% |
| 10 | Maasgouw | Limburg | 101 | 2,0% |
| 11 | Oldebroek | Gelderland | 95 | 1,9% |
| 12 | Haarlemmermeer | Noord-Holland | 94 | 1,8% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Schreurs in de landelijke rangorde.
Het woord 'schreur' is een streektaalvorm die vooral in Limburg en het aangrenzende Rijnland gangbaar was voor het beroep van kleermaker. Het gaat terug op het werkwoord 'scheren' in de oude betekenis van 'snijden' — een kleermaker was letterlijk iemand die stof sneed en tot kleding verwerkte. Deze woordvorm is verwant aan het Duitse 'Schneider' (kleermaker, van 'schneiden', snijden) en aan het Nederlandse 'snijder', maar heeft in het Limburgse dialectgebied zijn eigen klankvorm gekregen. Het beroep van kleermaker was in vrijwel elk dorp en elke stad aanwezig en behoorde tot de vaste ambachten die iedereen kende, wat verklaart waarom de bijbehorende beroepsnaam op meerdere plekken onafhankelijk van elkaar kon ontstaan. Kleermakers waren doorgaans georganiseerd in een gilde, wat het beroep een herkenbare, formele status gaf binnen de stedelijke of dorpse gemeenschap, en dat maakte de bijbehorende naam extra geschikt om als vaste familienaam te blijven hangen.
Schreurs is daarmee in de kern een beroepsnaam, maar met een toegevoegde laag: de slot-s. In grote delen van Limburg en Oost-Nederland was het gebruikelijk om aan een beroepsnaam of voornaam een -s toe te voegen om 'zoon van' of 'behorend tot het gezin van' aan te duiden, vergelijkbaar met hoe elders -sen die functie vervulde. Schreurs betekent dus letterlijk zoiets als 'van de schreur' of 'zoon van de kleermaker' en combineert zo twee naamkundige categorieën: de beroepsnaam als basis, met een patronymisch achtervoegsel erbovenop. Dit patroon van beroepsnaam-plus-s is in Limburg opvallend productief geweest en heeft tot een hele familie van vergelijkbare achternamen geleid.
De schrijfwijze van Schreurs is redelijk stabiel, maar er bestaan wel verwante vormen: Schreurs zonder tussenvoegsel is de gangbare vorm, maar ook Schreur (zonder de patronymische -s) komt voor als losstaande beroepsnaam. In sommige regio's zijn ook vormen als Schröer of Schreuer terug te voeren op dezelfde Germaanse wortel, al liggen die dichter tegen de Duitse spelling aan. Verwarring met het heel andere woord 'schreeuwen' is naamkundig ongegrond; de klankovereenkomst is toevallig en de herkomst van 'schreur' als kleermaker staat vast, ondanks dat de klankgelijkenis bij een oppervlakkige blik verleidelijk lijkt.
Zoals vrijwel alle Nederlandse achternamen is ook Schreurs pas als vaste, wettelijk erkende familienaam vastgelegd tijdens de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, toen de bevolking van Nederland voor het eerst verplicht werd zich met een erfelijke achternaam te laten registreren bij de burgerlijke stand. Het beroep van schreur, en de gewoonte om daar met -s een gezinsaanduiding van te maken, bestonden in de volksmond echter vaak al veel eerder, soms al generaties voordat de naam officieel werd vastgelegd. Tegenwoordig draagt ruim 5.100 mensen in Nederland de achternaam Schreurs, een naam die door haar regionale klankvorm meteen verraadt uit welke streektaal ze afkomstig is en die daarmee een levend voorbeeld is van hoe dialect en officiële naamgeving elkaar in Limburg zijn blijven raken.
Schreurs betekent 'zoon van de schreur', waarbij 'schreur' Limburgs-Rijnlands dialect is voor kleermaker.
Schreurs is een beroepsnaam met een patronymisch achtervoegsel: de -s duidt op 'zoon van' of 'behorend tot het gezin van' de kleermaker.
De achternaam Schreurs wordt door ruim 5.100 mensen in Nederland gedragen.
De losse beroepsnaam Schreur, zonder de patronymische -s, komt eveneens voor, net als de verwante vorm Schröer.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, terwijl het beroep en de bijbehorende naam vaak al veel eerder in gebruik waren.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.