Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Schut is een beroepsnaam of bijnaam die teruggaat op 'schutten': iemand die dieren opsloot, een pand bewaakte, of als schutter diende bij de schutterij.
Schuts wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Gelderland. Daarmee staat Schut op plek 205 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,0% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Apeldoorn | Gelderland | 334 | 6,0% |
| 2 | Groningen | Groningen | 239 | 4,3% |
| 3 | Amsterdam | Noord-Holland | 202 | 3,6% |
| 4 | Ede | Gelderland | 180 | 3,2% |
| 5 | Barneveld | Gelderland | 142 | 2,6% |
| 6 | Utrecht | Utrecht | 101 | 1,8% |
| 7 | Alkmaar | Noord-Holland | 92 | 1,7% |
| 8 | Rotterdam | Zuid-Holland | 89 | 1,6% |
| 9 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 75 | 1,3% |
| 10 | Oude IJsselstreek | Gelderland | 70 | 1,3% |
| 11 | Emmen | Drenthe | 69 | 1,2% |
| 12 | Zaanstad | Noord-Holland | 66 | 1,2% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Dezelfde naam, geschreven met andere accenttekens. Het CBS telt deze apart.
Achternamen vlak boven en onder Schut in de landelijke rangorde.
De achternaam Schut is afgeleid van het Nederlandse werkwoord 'schutten', dat in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd meerdere nauw verwante betekenissen had. Het kon slaan op het opsluiten of vasthouden van loslopend vee dat schade had aangericht, in een zogeheten schutkooi of schutstal, in afwachting van een boete van de eigenaar. Het kon ook slaan op het bewaken of afsluiten van een poort, sluis of terrein. Daarnaast bestond het woord 'schutter' voor een lid van de schutterij, de gewapende burgerwacht die veel Nederlandse steden en dorpen kenden voor hun verdediging en openbare orde.
Al deze betekenissen wijzen op een functie of taak, waardoor Schut in de naamkunde wordt beschouwd als beroepsnaam, met een bijnaamachtig randje wanneer de naam eerder duidde op een incidentele rol dan op een vast beroep. Wie verantwoordelijk was voor het schutten van vee, het bewaken van een poort, of wie diende in de schutterij, kon in zijn gemeenschap de aanduiding 'Schut' meekrijgen, die vervolgens van vader op zoon overging en zo tot een familienaam werd.
Het woord schutter, nauw verwant aan Schut, verwijst ook naar de schutterij: de gewapende burgerwacht die vrijwel elke Nederlandse stad en veel dorpen vanaf de late middeleeuwen kenden, met als taak de verdediging van de eigen gemeenschap en het handhaven van de openbare orde. Lidmaatschap van de schutterij was voor burgers vaak een erezaak en ging gepaard met eigen gilden, vaandels en jaarlijkse schietwedstrijden. Iemand die als schutter diende, of die de taak had loslopend vee te 'schutten', kon in zijn omgeving eenvoudig de bijnaam Schut meekrijgen, wat verklaart waarom deze compacte naam zich in meerdere streken van Nederland onafhankelijk van elkaar kon ontwikkelen.
In spelling komt de naam voor als Schut, en in uitgebreidere vorm als Schuts of Schutte, met een extra slotletter die in sommige streken gebruikelijk was. Ook samenstellingen met een tussenvoegsel, zoals Van Schut, zijn af en toe terug te vinden, al is de korte, kale vorm Schut verreweg het meest voorkomend. Deze kleine variaties in spelling en lengte zijn typerend voor Nederlandse beroeps- en bijnamen, die vaak in meerdere, onderling verwante vormen naast elkaar zijn blijven bestaan.
De Napoleontische naamgeving van 1811-1812 maakte een einde aan deze losse, wisselende schrijfwijzen door iedere inwoner van Nederland te verplichten zich met een vaste, erfelijke achternaam te laten inschrijven bij de burgerlijke stand. Een functieaanduiding als Schut werd in de praktijk vaak al veel eerder als vaste bijnaam binnen een familie gebruikt, maar kreeg toen pas een officiële, onveranderlijke status. Tegenwoordig dragen ruim 5.500 mensen in Nederland de achternaam Schut, een compacte naam die nog altijd de herinnering aan oude vormen van toezicht en bewaking in zich draagt. Ook wanneer de oorspronkelijke functie van schutter of veewachter allang is verdwenen, blijft de naam een tastbare herinnering aan deze vorm van lokaal toezicht en gemeenschapszin.
Schut gaat terug op 'schutten', wat kon slaan op het opsluiten van loslopend vee, het bewaken van een poort of dienst in de schutterij.
Schut is een beroepsnaam, met soms een bijnaamachtig karakter, verbonden aan een taak op het gebied van toezicht of bewaking.
In Nederland dragen 5.563 mensen de achternaam Schut.
Naast Schut komen de vormen Schutte en Schuts voor, en incidenteel de samenstelling Van Schut.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al bestond de naam als functieaanduiding vaak al eerder binnen families.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.