Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Bosma is een Friese toponiem, gevormd met het achtervoegsel -ma, en betekent letterlijk 'van het bos' of 'behorend bij het bos'.
Bosmas wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Fryslân. Daarmee staat Bosma op plek 111 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Smallingerland | Fryslân | 384 | 4,6% |
| 2 | Leeuwarden | Fryslân | 316 | 3,8% |
| 3 | Groningen | Groningen | 271 | 3,2% |
| 4 | Achtkarspelen | Fryslân | 235 | 2,8% |
| 5 | Amsterdam | Noord-Holland | 222 | 2,6% |
| 6 | Heerenveen | Fryslân | 195 | 2,3% |
| 7 | Skarsterlan | Fryslân | 194 | 2,3% |
| 8 | Tytsjerksteradiel | Fryslân | 184 | 2,2% |
| 9 | Opsterland | Fryslân | 177 | 2,1% |
| 10 | Weststellingwerf | Fryslân | 176 | 2,1% |
| 11 | Emmen | Drenthe | 163 | 1,9% |
| 12 | Kollumerland en Nieuwkruisland | Fryslân | 146 | 1,7% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Bosma in de landelijke rangorde.
De naam Bosma is opgebouwd uit het woord bos, dat verwijst naar een beboste plek of landgoed, en het achtervoegsel -ma. Dit achtervoegsel is van oorsprong Fries en betekent zoveel als 'zoon van' of, in plaatsaanduidingen, 'behorend bij' of 'wonend op of bij'. De combinatie Bosma duidt dus op iemand die woonde bij, op, of afkomstig was van een plek met bos, een boerderij met die naam, of een gebied dat in de volksmond als 'het bos' bekendstond.
Bosma is daarmee een toponiem, ontstaan uit een herkomst- of woonplaatsaanduiding, in tegenstelling tot een beroepsnaam of een bijnaam die op karakter of uiterlijk teruggaat. Het gebruik van -ma-namen is typerend voor Friesland en de noordelijke kleigebieden, waar dit achtervoegsel eeuwenlang werd gebruikt om boerderijnamen en familienamen te vormen, vaak in combinatie met een eenvoudig grondwoord zoals bos, land, dijk of wier. Andere bekende voorbeelden van dit patroon zijn namen als Postma en Wiersma, die volgens hetzelfde principe zijn opgebouwd.
Schrijfvarianten van Bosma zijn beperkt, maar in oudere bronnen komt ook Boszma of Bossma voor, met een verdubbelde s die de vroegere spelling van de sisklank weerspiegelt. Ook samentrekkingen met andere Friese achtervoegsels, zoals Bosstra of Boskma, zijn als verwante maar afzonderlijke namen ontstaan uit vergelijkbare grondwoorden. De hoofdvorm Bosma is echter door de eeuwen heen opvallend stabiel gebleven en wordt vrijwel overal op dezelfde manier geschreven.
Zoals bij de meeste Friese familienamen bestond Bosma vaak al generaties lang als boerderij- of geslachtsnaam voordat er sprake was van een wettelijk verplichte, vaste achternaam. Die verplichting werd ingevoerd met de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, toen alle inwoners van Nederland, inclusief Friesland, zich bij de burgerlijke stand moesten registreren met een erfelijke familienaam. Veel Friese gezinnen lieten hun bestaande -ma-naam op dat moment simpelweg officieel vastleggen.
Tegenwoordig dragen ruim 8.400 mensen in Nederland de achternaam Bosma. De naam is een goed voorbeeld van de kenmerkende Friese naamvorming met achtervoegsels als -ma, -stra en -sma, een patroon dat in het Friese taalgebied door de eeuwen heen een productieve manier is gebleven om herkomst- en boerderijnamen tot familienamen om te vormen.
In de Friese naamkunde worden -ma-namen vaak in verband gebracht met de zogeheten sate- of statenamen: de namen van boerderijen die generaties lang binnen dezelfde familie bleven en waaraan de bewoners uiteindelijk hun achternaam ontleenden. Dat verklaart waarom veel -ma-namen, waaronder Bosma, oorspronkelijk niet zozeer een persoon als wel een vaste plek of hoeve aanduidden, die vervolgens als familienaam werd overgenomen door opeenvolgende generaties bewoners. Dit patroon van boerderijgebonden naamgeving is kenmerkend voor het Friese taalgebied en wijkt af van de manier waarop in de rest van Nederland veel achternamen ontstonden, waar toponiemen vaker rechtstreeks naar een dorp, stad of landschapskenmerk verwezen zonder tussenkomst van een boerderijnaam.
De naam betekent 'van het bos' of 'behorend bij het bos', opgebouwd uit 'bos' en het Friese achtervoegsel -ma.
Een toponiem van Friese oorsprong, gevormd met het achtervoegsel -ma.
Ruim 8.400 mensen dragen op dit moment de achternaam Bosma.
In oudere bronnen komen Boszma en Bossma voor; verwante namen zijn Bosstra en Boskma.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al bestond de naam als geslachtsnaam vaak al veel eerder.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.