Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Bouwman is een beroepsnaam voor een landbouwer: 'bouwen' betekende vroeger ook 'land bewerken', zoals nog te herkennen is in het woord 'bouwland'.
Bouwmans wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Gelderland. Daarmee staat Bouwman op plek 128 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,0% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Amsterdam | Noord-Holland | 234 | 3,0% |
| 2 | Arnhem | Gelderland | 165 | 2,1% |
| 3 | Utrecht | Utrecht | 161 | 2,1% |
| 4 | Lingewaard | Gelderland | 153 | 2,0% |
| 5 | Amersfoort | Utrecht | 151 | 2,0% |
| 6 | Groningen | Groningen | 131 | 1,7% |
| 7 | Rotterdam | Zuid-Holland | 127 | 1,7% |
| 8 | Nijkerk | Gelderland | 121 | 1,6% |
| 9 | Nijmegen | Gelderland | 118 | 1,5% |
| 10 | Woerden | Utrecht | 112 | 1,5% |
| 11 | Schouwen-Duiveland | Zeeland | 110 | 1,4% |
| 12 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 108 | 1,4% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Bouwman in de landelijke rangorde.
| #126 | Otten | 7.778 |
| #127 | Aarts | 7.734 |
| #128 | Bouwman | 7.690 |
| #129 | Verweij | 7.682 |
| #130 | Van Schaik | 7.653 |
De achternaam Bouwman is een samenstelling van "bouw" en "man". Het woord "bouwen" had vroeger een bredere betekenis dan tegenwoordig: naast het optrekken van gebouwen betekende het ook "land bewerken" of "beploegen", een betekenis die nog te herkennen is in het woord "bouwland" voor akkerland. Een bouwman was dus letterlijk een man die het land bebouwde — een boer of landbouwer. Deze oudere betekenis van "bouwen" is niet uniek voor deze achternaam: ook woorden als "bouwerij" en "bouwhoeve" voor een boerderij gaan terug op dezelfde agrarische betekenis van het werkwoord.
Bouwman is een beroepsnaam, een van de talrijke Nederlandse achternamen die rechtstreeks teruggaan op het beroep van de eerste drager. Beroepsnamen ontstonden doordat mensen in het dagelijks leven vaak werden aangeduid met hun functie of bezigheid naast hun voornaam: naast een smid, een bakker of een molenaar liep er ook een bouwman rond, en juist omdat landbouw eeuwenlang het meest voorkomende beroep op het platteland was, behoort een naam als Bouwman tot de grotere beroepsnamen van het land. Naast Bouwman ontstonden op vergelijkbare wijze andere landbouwgerelateerde achternamen zoals Boer, Landman en Akkerman, die elk een net iets ander aspect van hetzelfde beroep benadrukken.
Van Bouwman bestaan enkele spellingsvarianten die door samentrekking of verkorting zijn ontstaan. De vorm Bouman, zonder de w, is de meest voorkomende variant: in de dagelijkse uitspraak versmolt "bouw" en "man" tot een enkele lettergreep, en die uitspraak werd door sommige families of ambtenaren ook zo genoteerd. Daarnaast komt de vorm Bouwmans voor, met een extra -s aan het eind, een toevoeging die bij veel Nederlandse achternamen optreedt zonder dat de betekenis wezenlijk verandert. Deze schrijfvarianten duiden niet op een ander beroep of andere herkomst, maar op verschillen die zijn ontstaan doordat de spelling van achternamen pas laat is vastgelegd.
Net als de meeste beroepsnamen bestond "bouwman" al lang als aanduiding voordat de naam een officiële, erfelijke achternaam werd. Die stap volgde tijdens de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, toen alle inwoners van Nederland voor het eerst verplicht werden een vaste achternaam vast te laten leggen bij de burgerlijke stand. Voor veel boerenfamilies die al langer als "bouwman" werden aangeduid, betekende dit vooral de wettelijke bevestiging van een naam die in de praktijk al gangbaar was, ongeacht of het gezin op dat moment nog steeds als landbouwer werkzaam was, en ongeacht welke van de spellingsvarianten binnen de familie werd vastgelegd.
Vandaag de dag heten ruim 7.600 mensen in Nederland Bouwman. Dat aanzienlijke aantal weerspiegelt hoe dominant landbouw eeuwenlang was in de Nederlandse samenleving: op talloze plaatsen in het land werd onafhankelijk van elkaar een boer aangeduid als bouwman, waardoor de naam vermoedelijk vele malen apart is ontstaan bij niet aan elkaar verwante families.
Bouwman betekent letterlijk "man die het land bebouwt", oftewel boer of landbouwer.
Bouwman is een beroepsnaam, verwijzend naar het beroep van landbouwer.
Ruim 7.600 mensen in Nederland dragen de achternaam Bouwman.
De meest voorkomende variant is Bouman, zonder de w, en ook Bouwmans komt voor.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, ook al werd de beroepsaanduiding daarvoor al eeuwenlang gebruikt.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.