Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Prins is een bijnaam voor iemand die zich vorstelijk gedroeg, een prins uitbeeldde bij een volksfeest of in dienst stond van een vorstelijk huis.
Prins wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Zuid-Holland. Daarmee staat Prins op plek 46 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Amsterdam | Noord-Holland | 480 | 3,2% |
| 2 | Westland | Zuid-Holland | 351 | 2,4% |
| 3 | Rotterdam | Zuid-Holland | 347 | 2,3% |
| 4 | Zaanstad | Noord-Holland | 315 | 2,1% |
| 5 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 289 | 1,9% |
| 6 | Emmen | Drenthe | 286 | 1,9% |
| 7 | Groningen | Groningen | 252 | 1,7% |
| 8 | Hoogeveen | Drenthe | 234 | 1,6% |
| 9 | Utrecht | Utrecht | 220 | 1,5% |
| 10 | Haarlem | Noord-Holland | 195 | 1,3% |
| 11 | Amersfoort | Utrecht | 179 | 1,2% |
| 12 | Kampen | Overijssel | 178 | 1,2% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Prins in de landelijke rangorde.
Het woord prins komt via het Frans prince uiteindelijk van het Latijnse princeps, dat zoveel betekent als 'de eerste' of 'de voornaamste'. Van oorsprong was het een titel voor leden van een vorstenhuis, maar in de spreektaal van de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd raakte het woord ook los van de echte adel: het werd gebruikt als scheldnaam, erenaam of koosnaam voor iemand die zich voornaam, hooghartig of juist zeer verzorgd gedroeg.
In de naamkunde wordt Prins gerekend tot de bijnaam-beschrijvende namen, in tegenstelling tot een beroepsnaam, patroniem of toponiem. Bijnamen als deze ontstonden doordat dorps- of buurtgenoten iemand een opvallende benaming gaven die na verloop van tijd de vaste achternaam van het hele gezin werd. Bij Prins lopen de mogelijke aanleidingen uiteen: iemand die tijdens een schuttersfeest, rederijkerswedstrijd of ander volksvermaak de rol van 'prins' kreeg toebedeeld, vergelijkbaar met bijnamen als Koning en Keizer, iemand die als bediende in het huishouden van een vorstelijke familie werkte, of gewoon iemand met een zelfverzekerde, deftige uitstraling in het dagelijks leven.
Zoals bij de meeste bijnamen is er geen eenduidige verklaring die voor elke familie Prins hetzelfde opgaat. De naam kan op verschillende plaatsen en in verschillende tijden onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, telkens met een eigen, plaatselijke aanleiding die vandaag niet meer te achterhalen is.
Qua schrijfwijze is Prins een relatief stabiele naam, omdat het gewone Nederlandse woord vrijwel ongewijzigd als achternaam is overgenomen. Toch komen er varianten voor, zoals De Prins met een lidwoord ervoor, naar het patroon van De Koning en De Keizer, de verfranste vorm Prince, en de afgeleide vorm Prinsen, die eerder als 'behorend bij de Prins' of 'zoon van Prins' gelezen kan worden. Combinaties met een tussenvoegsel als Van Prins zijn zeldzaam, omdat Prins zelf geen plaatsnaam is waar een 'van' logisch bij past.
Prins hoort bij een grotere groep bijnamen die aan een titel of hoge functie zijn ontleend, zoals Koning, Keizer, Graaf, Hertog en Bisschop. Al deze namen hebben gemeen dat ze zelden verwijzen naar een werkelijke adellijke of geestelijke afkomst, maar veeleer naar een uiterlijk kenmerk, een rol in een lokaal feest of toneelstuk, of een spottende of juist eervolle vergelijking door de omgeving. Juist omdat zulke titel-bijnamen zo aansprekend en gemakkelijk te onthouden waren, verspreidden ze zich snel binnen een gemeenschap en bleven ze als familienaam hangen, ook wanneer de oorspronkelijke aanleiding allang vergeten was. Voor een individuele familie Prins valt achteraf zelden met zekerheid vast te stellen welke van deze mogelijke aanleidingen precies gold.
Achternamen als Prins waren vaak al generaties lang in gebruik als aanspreeknaam binnen een familie of buurtschap, lang voordat ze een wettelijke status kregen. Tijdens de Franse overheersing van 1811-1812 moesten alle inwoners van Nederland zich voor het eerst inschrijven bij de burgerlijke stand met een vaste, erfelijke achternaam. Gezinnen die al lang bekendstonden als 'de Prins' van het dorp, lieten die bijnaam op dat moment simpelweg officieel vastleggen. Vandaag draagt ruim 14.800 mensen in Nederland de achternaam Prins.
Prins gaat terug op het woord prins in de betekenis van vorstelijk persoon, en werd als bijnaam gegeven aan iemand die zich zo gedroeg, deze rol speelde in een volksfeest, of voor een vorstelijk huis werkte.
Prins is een bijnaam-beschrijvende naam, geen beroepsnaam, patroniem of toponiem.
Ruim 14.800 mensen in Nederland dragen de achternaam Prins.
Bekende varianten zijn De Prins, Prince en de afgeleide vorm Prinsen.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al bestond de bijnaam Prins als aanspreekvorm daarvoor vaak al veel langer.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.