Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Schepers is een beroepsnaam, afgeleid van 'scheper', een oostelijk-Nederlands dialectwoord voor schaapherder.
Schepers wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Brabant. Daarmee staat Schepers op plek 212 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,0% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Emmen | Drenthe | 427 | 7,9% |
| 2 | Stein | Limburg | 219 | 4,0% |
| 3 | Roosendaal | Noord-Brabant | 153 | 2,8% |
| 4 | Enschede | Overijssel | 148 | 2,7% |
| 5 | Sittard-Geleen | Limburg | 130 | 2,4% |
| 6 | Hardenberg | Overijssel | 125 | 2,3% |
| 7 | Oude IJsselstreek | Gelderland | 125 | 2,3% |
| 8 | Helmond | Noord-Brabant | 118 | 2,2% |
| 9 | Coevorden | Drenthe | 116 | 2,1% |
| 10 | Berkelland | Gelderland | 111 | 2,0% |
| 11 | Amsterdam | Noord-Holland | 104 | 1,9% |
| 12 | Laarbeek | Noord-Brabant | 100 | 1,8% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Schepers in de landelijke rangorde.
| #210 | Konings | 5.458 |
| #211 | Van Zanten | 5.456 |
| #212 | Schepers | 5.439 |
| #213 | Van Vugt | 5.431 |
| #214 | Veldman | 5.414 |
Schepers behoort tot de categorie beroepsnamen: achternamen die zijn ontstaan uit het beroep dat de stamvader uitoefende. De kern van de naam, "scheper", is een dialectvorm die vooral in het oosten van Nederland werd gebruikt, in streken als Twente, de Achterhoek en delen van Overijssel en Gelderland, voor de schaapherder: degene die de schapen hoedde op de heidevelden en gemeenschappelijke gronden rond het dorp.
Het woord "scheper" is nauw verwant aan "schaapherder" en gaat terug op het Middelnederlandse woord voor het hoeden van schapen. In een tijd waarin schapenhouderij een belangrijke bron van inkomen, wol en mest was voor de arme zandgronden in het oosten van het land, was de scheper een herkenbare functie binnen de dorpsgemeenschap, met eigen rechten en plichten rond het gebruik van de gemeenschappelijke heidegrond. Dat verklaart waarom het beroep zich zo duidelijk als achternaam heeft weten te vestigen.
De -s aan het einde van Schepers is een genitiefachtige toevoeging, zoals bij veel Nederlandse achternamen die op -s of -sen eindigen: de naam betekent zoveel als "behorend bij de scheper" of "familie van de scheper". Dit patroon, waarbij een beroeps- of voornaam een achtervoegsel -s krijgt om afstamming of gezinsverband aan te duiden, is wijdverspreid in het oosten en noordoosten van Nederland, en komt ook terug bij talloze andere beroepsnamen uit diezelfde streek.
Spellingsvarianten van deze naam zijn er relatief weinig, maar wel komen vormen als Scheper, in het enkelvoud en zonder de -s, en Scheepers voor, waarbij de laatste vorm de klank van de lange e benadrukt met een extra e. Ook combinaties met een tussenvoegsel, zoals Van Scheperen, zijn incidenteel terug te vinden, al is Schepers verreweg de gangbaarste en meest voorkomende vorm van de naam.
De positie van scheper vergde praktische streekkennis: van het weer, de kwaliteit van de heidegrond en de gezondheid van de kudde, kennis die vaak van vader op zoon werd doorgegeven binnen dezelfde familie. Omdat de scheper doorgaans niet de eigenaar van de schapen was, maar ze namens de dorpsgemeenschap of een grotere boer hoedde, nam hij een aparte, herkenbare plek in tussen de gewone boeren en de dagloners. Dat onderscheid hielp mee om het beroep, in tegenstelling tot algemenere werkzaamheden, als een eigen, blijvende achternaam te laten voortbestaan.
Zoals bij vrijwel alle Nederlandse achternamen geldt dat Schepers pas wettelijk werd vastgelegd tijdens de invoering van de burgerlijke stand in 1811 en 1812, toen Nederland onder Napoleontisch bestuur stond en alle inwoners verplicht een vaste achternaam moesten laten registreren. Het beroep en de daarbij horende naam waren echter vaak al generaties lang in gebruik als aanspreekvorm binnen families, ruim voordat deze bureaucratische vastlegging plaatsvond en de naam voor het eerst zwart-op-wit in een register terechtkwam.
Vandaag de dag telt Nederland ruim 5.400 mensen met de achternaam Schepers. Daarmee is het een van de talrijkere beroepsnamen in het Nederlandse namenbestand, en een duidelijk voorbeeld van hoe een agrarisch beroep uit een specifieke streek is uitgegroeid tot een achternaam die je nu door het hele land tegenkomt, ver buiten de oorspronkelijke heidegebieden waar de scheper zijn schapen weidde.
Schepers betekent 'behorend bij de scheper', een oostelijk-Nederlands dialectwoord voor de schaapherder die de schapen op de heide hoedde.
Schepers is een beroepsnaam, gevormd met de genitief-uitgang -s die duidt op afstamming van of behoren tot de scheper.
Nederland telt op dit moment ruim 5.400 mensen met de achternaam Schepers.
Naast Schepers komen de vormen Scheper, zonder -s, en Scheepers, met een extra e, voor.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, terwijl het beroep en de naam als aanspreekvorm vermoedelijk al veel eerder bestonden.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.