Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Schipper is een beroepsnaam voor iemand die een schip bestuurde of bezat — in een waterrijk land als Nederland een van de meest voorkomende beroepen uit vroeger eeuwen.
Schippers wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Holland. Daarmee staat Schipper op plek 78 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,1% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Amsterdam | Noord-Holland | 340 | 3,2% |
| 2 | Rotterdam | Zuid-Holland | 305 | 2,8% |
| 3 | Oud-Beijerland | Zuid-Holland | 252 | 2,3% |
| 4 | Emmen | Drenthe | 147 | 1,4% |
| 5 | Groningen | Groningen | 147 | 1,4% |
| 6 | Huizen | Noord-Holland | 146 | 1,4% |
| 7 | Zaanstad | Noord-Holland | 146 | 1,4% |
| 8 | Apeldoorn | Gelderland | 145 | 1,3% |
| 9 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 143 | 1,3% |
| 10 | Goes | Zeeland | 142 | 1,3% |
| 11 | Haarlem | Noord-Holland | 139 | 1,3% |
| 12 | Twenterand | Overijssel | 137 | 1,3% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Schipper in de landelijke rangorde.
| #76 | Bosch | 10.940 |
| #77 | Van Dongen | 10.788 |
| #78 | Schipper | 10.784 |
| #79 | Koning | 10.735 |
| #80 | Van der Laan | 10.677 |
De achternaam Schipper is een rechtstreekse afleiding van het beroep van schipper: iemand die de leiding had over een schip, of het nu ging om vrachtvervoer over rivieren en kanalen, veerdiensten of visserij. In een land dat van oudsher doorsneden is door rivieren, kanalen en meren, was het schippersberoep eeuwenlang een van de belangrijkste manieren om zowel goederen als mensen te vervoeren, en het is dan ook niet verwonderlijk dat de beroepsnaam Schipper in vrijwel elke regio van Nederland voorkomt.
Schipper hoort tot de categorie beroepsnamen, achternamen die zijn ontstaan uit het werk dat iemand uitoefende. Voordat achternamen wettelijk verplicht waren, spraken mensen elkaar in de eerste plaats aan met hun voornaam, aangevuld met een beroepsaanduiding zodra dat nodig was om verwarring te voorkomen. Zo werd de schipper in het dorp simpelweg "de schipper" genoemd, en die aanduiding groeide voor zijn nakomelingen uit tot een vaste achternaam, ook wanneer zij zelf niet meer op het water werkten. Dat beroepsnamen als Schipper zo veel voorkomen, komt doordat een groot deel van de bevolking generaties lang in hetzelfde ambacht werkzaam was en de naam dus van vader op zoon overging, samen met het vak.
Van de naam Schipper bestaan relatief weinig grote spellingsvarianten, omdat het woord "schipper" in het Nederlands al vroeg een vaste schrijfwijze kende. Wel komen afgeleide en verwante vormen voor, zoals Schipperheyn, Schippers (met een toegevoegde -s, die in dit geval eerder een verbogen vorm dan een patroniemuitgang is) en de minder frequente vorm Scheepers, die teruggaat op hetzelfde beroep maar via een iets andere klankontwikkeling is ontstaan. In sommige streken werd het beroep ook aangeduid met woorden die verwant zijn aan "schip" of "scheepvaart", wat tot familienamen met een vergelijkbare kern heeft geleid zonder dat er een directe historische band hoeft te bestaan tussen al die families.
Zoals bij de meeste beroepsnamen bestond de aanduiding Schipper vaak al eeuwen als aanspreeknaam voordat er sprake was van een wettelijk verplichte achternaam. Die verplichting kwam er met de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, toen alle inwoners van Nederland zich bij de burgerlijke stand moesten laten inschrijven met een vaste, erfelijke familienaam. Voor gezinnen waarin het schippersberoep al generaties lang werd uitgeoefend, betekende dit vooral dat een bestaande, informeel gebruikte naam nu formeel en onveranderlijk werd vastgelegd, in plaats van dat er een compleet nieuwe naam werd bedacht.
Op dit moment heten ruim 10.700 mensen in Nederland Schipper, wat de naam tot een van de bekendere beroepsnamen van het land maakt. Omdat het schippersberoep door het hele land werd uitgeoefend, is de naam vermoedelijk op veel verschillende plekken onafhankelijk van elkaar ontstaan: families met de naam Schipper delen dus een gemeenschappelijk beroep in hun voorgeschiedenis, maar niet per se een gemeenschappelijke voorouder.
Schipper verwijst naar het beroep van schipper, iemand die een schip bestuurde of bezat.
Schipper is een beroepsnaam, afgeleid van het werk dat de oorspronkelijke naamdrager uitoefende.
In Nederland heten ruim 10.700 mensen Schipper.
Verwante vormen zijn onder meer Schippers en Scheepers, die op hetzelfde beroep teruggaan.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, terwijl de beroepsaanduiding zelf al veel eerder als aanspreeknaam in gebruik was.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.