Cijfers uit het CBS-familienamenbestand, peiljaar 2020.
Baas is een bijnaam-achtige achternaam voor iemand die de leiding had: een meesterknecht, hoofdboer of ambachtsbaas ten opzichte van zijn ondergeschikten.
Baas wonen door heel Nederland, maar het vaakst in Noord-Holland. Daarmee staat Baas op plek 168 van de Nederlandse achternamen, goed voor 0,0% van alle naamdragers in de gegevens.
Beweeg over de kaart voor de aantallen per provincie.
| # | Gemeente | Provincie | Naamdragers | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Amsterdam | Noord-Holland | 192 | 3,1% |
| 2 | Rotterdam | Zuid-Holland | 176 | 2,8% |
| 3 | Emmen | Drenthe | 135 | 2,1% |
| 4 | Utrecht | Utrecht | 133 | 2,1% |
| 5 | Enschede | Overijssel | 107 | 1,7% |
| 6 | Huizen | Noord-Holland | 102 | 1,6% |
| 7 | Borger-Odoorn | Drenthe | 97 | 1,5% |
| 8 | Alkmaar | Noord-Holland | 88 | 1,4% |
| 9 | Hoorn | Noord-Holland | 85 | 1,4% |
| 10 | 's-Gravenhage | Zuid-Holland | 82 | 1,3% |
| 11 | Stadskanaal | Groningen | 81 | 1,3% |
| 12 | Groningen | Groningen | 79 | 1,3% |
* Geschat aantal. Het CBS publiceert per gemeente alleen een bandbreedte zolang er minder dan vijf naamdragers wonen; die aantallen zijn evenredig verdeeld over wat er van het totaal overblijft. Meer over de gegevens.
Achternamen vlak boven en onder Baas in de landelijke rangorde.
| #166 | Wiersma | 6.405 |
| #167 | Van der Werf | 6.306 |
| #168 | Baas | 6.288 |
| #169 | Van Essen | 6.252 |
| #170 | Baars | 6.244 |
De achternaam Baas gaat terug op het gewone Nederlandse woord 'baas', dat al eeuwenlang wordt gebruikt voor iemand die de leiding heeft: het hoofd van een bedrijf, een boerderij, een werkplaats of een groep knechten. Het woord stamt uit het Middelnederlands en werd van oudsher gebruikt als tegenhanger van 'knecht': waar de knecht in dienst was, was de baas degene die het gezag had en de touwtjes in handen hield. Als achternaam is 'Baas' dan ook goed te begrijpen als een aanduiding voor iemand die binnen zijn omgeving bekendstond als leidinggevende.
Baas wordt om die reden gerekend tot de bijnamen: namen die oorspronkelijk niet een geboorteplaats, een vader of een specifiek ambacht aanduidden, maar een opvallende eigenschap, positie of rol van de drager. Tegelijk raakt de naam ook aan het domein van de beroepsnamen, omdat 'baas' vaak specifiek sloeg op een meesterknecht of ambachtsbaas: de ervaren vakman die de leiding had over een werkplaats of ploeg arbeiders, bijvoorbeeld in de landbouw, de scheepsbouw of een ambacht. In een tijd zonder achternamen was zo'n functieomschrijving een praktische manier om iemand te onderscheiden van anderen met dezelfde voornaam.
Als achternaam komt Baas doorgaans zonder tussenvoegsel voor, maar er bestaat ook de variant De Baas, waarin het lidwoord bewaard is gebleven. Beide vormen zijn terug te voeren op dezelfde oorsprong en verschillen alleen in de vraag of het bepaald lidwoord destijds werd meegenomen bij de vastlegging van de naam. Verder komt de naam soms samengesteld voor, bijvoorbeeld in namen als Baashuis, waarin de oorspronkelijke betekenis van gezag of leiding gecombineerd is met een tweede naamdeel.
Omdat 'baas' een woord uit de gewone spreektaal is en geen specifiek ambacht zoals bakker of smid benoemt, kon de bijnaam in uiteenlopende omgevingen ontstaan: op een boerderij, in een werkplaats, op een schip of binnen een groter huishouden. Dat verklaart waarom de naam door het hele land voorkomt en niet gebonden is aan één bedrijfstak of streek, in tegenstelling tot sommige nauwer omschreven beroepsnamen.
Anders dan bij veel patroniemen speelt bij Baas geen achtervoegsel als -sen of -s een rol dat 'zoon van' betekent; de naam bestaat namelijk uit het kale zelfstandig naamwoord zelf. Dat is kenmerkend voor een groot deel van de Nederlandse bijnamen: ze werden simpelweg overgenomen zoals ze in de dagelijkse omgangstaal klonken, zonder dat er een achtervoegsel aan werd toegevoegd om afstamming of een specifiek beroep preciezer te duiden.
Zoals bij vrijwel alle Nederlandse achternamen gold ook voor Baas dat de naam als aanspreekvorm vaak al generaties in gebruik was voordat hij wettelijk werd vastgelegd. Pas met de Napoleontische naamgeving van 1811-1812 werden inwoners van Nederland verplicht om zich bij de burgerlijke stand te melden en een vaste achternaam te laten registreren, die vervolgens erfelijk werd binnen de familie. Wat daarvoor een informele bijnaam voor 'de baas van het bedrijf' was, werd toen een officiële, onveranderlijke familienaam. Op dit moment dragen ruim 6.250 mensen in Nederland de achternaam Baas.
De naam verwijst naar iemand die leiding had, bijvoorbeeld als meesterknecht of hoofd van een bedrijf of boerderij, tegenover een knecht.
Het is een bijnaam, met raakvlakken aan een functie- of beroepsaanduiding zoals meesterknecht of ambachtsbaas.
Op dit moment dragen 6.288 mensen in Nederland de achternaam Baas.
Bekende varianten zijn De Baas en de samengestelde vorm Baashuis.
Sinds de Napoleontische naamgeving van 1811-1812, al werd de aanduiding daarvoor vaak al lang als bijnaam gebruikt.
Verdiept zich in Nederlandse familienamen en verzorgt de toelichting bij de cijfers op deze site.